Rob van Essen, 'Kind van de verzorgingsstaat'

Gevoelige ouwezakkenlectuur

In ‘Kind van de verzorgingsstaat’ deelt Rob van Essen ons mee dat hij tegenwoordig vooral naar klassieke muziek luistert. Over de bands van zijn jeugd – van The Smiths over Echo & the Bunnymen tot The Replacements - is hij kritisch: ‘Ik zou niet durven beweren dat popmuziek alleen maar zelfbeklag en bravoure uitdrukt, maar ze is er wel heel erg voor gemaakt’. Qua ouwezakkenstelling kan dat tellen. Maar toch: eens je besloten hebt om je niet aan die ondertoon te storen, is dit zeer lezenswaardige lectuur.

Van Essen realiseert met dit autobiografisch boek een behoorlijke tour de force. Aan de hand van zijn eigen jeugd katapulteert hij je terug naar de jaren ’80, zelfs al heb je die niet (bewust) meegemaakt. De popmuziek, de politiek, de krakersbeweging … van Essen wil er zo onthecht mogelijk op terugkijken. Aan melancholie doet hij niet, want ‘melancholie is als slappe koffie met veel melk; je kan het heel de dag drinken, je merkt er niets van, maar ’s nachts doe je geen oog dicht’.

Maar hoewel van Essen de kritiek niet spaart, is dit geen goedkope afrekening met zijn jeugdjaren. Toch valt op dat hij de positieve elementen uit die tijd eerder toont dan benoemt. Typerend daarvoor is de anekdote waarin hij twee agenten hem van zijn bed lichten vanwege een onbetaalde boete. Ondanks zijn overtreding behandelt de politie hem uitermate behulpzaam en geeft ze hem zelfs reisgeld voor de treinrit naar huis.

Soms zorgt de onthechte houding ervoor dat hij in moralisme vervalt. Het wakke hoofdstuk ‘fietsendieven’ over de Amsterdamse cultuur is daar een voorbeeld van. Ironisch genoeg blijkt Van Essen dan een kind van onze tijd waarin het bon ton is om het subversieve en rebelse karakter van voorbije decennia koudweg te veroordelen. Het probleem met terugkijken op de mores van een voorbije tijd is dat je niet alleen oordeelt met de kennis, maar vooral ook met de normen van nu, alsof die neutraal zijn.

Ook wanneer hij de verzorgingsstaat als hangmat bekritiseert, bevraagt van Essen zijn huidige positie te weinig. Hij is dankbaar voor de schop onder de kont die het activeringsbeleid hem gaf. Die heeft hem gemaakt tot wie hij nu is. Jammer genoeg bedenkt hij nergens dat dit verhaal niet voor iedereen een happy end kreeg. Lang niet iedereen had het talent van Rob Van Essen. Bovendien kreeg zijn talent tijd om te rijpen. In de verzorgingsstaat waren mensen misschien afhankelijk van de overheid, maar uit heel dit boek blijkt dat dit veel meer autonomie opleverde dan overgeleverd zijn aan de grillen van de arbeidsmarkt.

Ondanks die kritische bedenkingen is ‘Kind van de verzorgingsstaat’ een fijn gecomponeerde en gevoelige memoire die als weinig andere vlees en bloed geeft aan een vervlogen tijd. Van Essen is een scherpe observator die niets verbloemt. ‘Soms lijkt het alsof we puur uit verveling de slinger van de tijdsgeest weer eens de andere kant uit laten slingeren. Links verveelde ons, met alle verworvenheden die daarbij hoorden; laten we die verworvenheden afschaffen, laat iedereen eens voor zichzelf zorgen; kijken wat er dan gebeurt.’ Misschien toch een gedachte om te onthouden nu we onszelf zonder veel nadenken overleveren aan ongein als de participatiesamenleving en vermaatschappelijking.

Details Non-fictie
Auteur: Rob van Essen
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
238