Riet Wille & Kristien Aertssen, 'Ik word een boterbloem'

Herkenbare gedichten voor beginnende lezers

In de verzamelbundel ‘Ik word een boterbloem’, met een ruime selectie aan ‘nieuwe, oude en herwerkte gedichten’, integreert Riet Wille haar twee grootste literaire troeven: kinderpoëzie en schrijven voor beginnende lezers. Deze verzameling gedichten wordt op de achterflap expliciet gepromoot als een ‘leesgroeibundel’, beginnende met erg eenvoudige gedichten – vaak bestaande uit slechts losse woordjes – evoluerend naar meer complexe poëzie.

In haar keuze qua thematiek zet Wille sterk op herkenbaarheid in, met onderwerpen als school, de boerderij en het strand. Naarmate de bundel vordert valt de keuze op abstractere gedichten, gevat onder de noemers ‘naar boven’ en ‘naar boterbloemen’. Voor beginnende lezers poëzie schrijven die ook nog ergens over gaat, is een geheel eigen metier. In het verleden bewees Wille ruimschoots dat ze over voldoende literaire capaciteiten beschikt om deze uitdaging tot een goed einde te brengen. In deze verzamelbundel werd echter niet haar beste werk opgenomen. Aanvankelijk weet Willes poëzie dan ook niet te overtuigen: de bijzonder eenvoudige gedichten blijven te sterk hangen op het niveau van banale nonsenspoëzie, vol voorspelbare rijmelarijen:

‘zegt de pauw tot de koe: / zeg wil je met me gaan? / dan is het nu aan. / ‘ik denk eerst na,’ loeit de koe. / ‘ik weet nog niet wat ik doe.’ /

De auteur probeert haar schrijfsels wat meer cachet te verlenen door een wat halfslachtig spel met klanken en typografie, waarbij letters over de bladzijden verspreid worden. Het biedt echter nauwelijks meerwaarde. Evenredig aan het groeien van het leesniveau stijgt ook de graad van complexiteit, wat interessanter werk oplevert. Met gedichten als ‘de zon is moe’ of ‘tent’ bereikt Wille met weinig woorden en een eenvoudige taal toch een opvallende diepgang en verrassende pointe. Ook aanbevolen zijn ‘ik groei’, waarin de eigen identiteit kritisch bevraagd wordt en ‘een ui is een gedicht’, dat meerdere betekenislagen integreert. Speels en ongedwongen zijn ‘hoe haal je een spin uit het bad’, ‘is een vink ook een vis?’, en ‘met potlood en papier’ waarin Wille een ongewoon uitgangspunt op meerdere manieren benadert.

In haar illustraties verbeeldt Kristien Aertssen objecten en personen uit Willes poëzie op figuratieve wijze. De felle kleuren en doordachte compositie springt daarbij meermaals in het oog. Hoewel an sich geslaagde prenten, heeft Aertssen eveneens al beter werk afgeleverd, getuige haar illustraties voor ‘Hoe oma almaar kleiner werd’ (2010) of ‘Een haas in maart’ (2006). Net zoals Willes gedichten blijft het allemaal opvallend braaf en weet hooguit een enkele prent te verrassen.

‘Ik word een boterbloem’ is als ‘leesgroeibundel’ niet volledig geslaagd: Wille noch Aertssen evenaren het hoge niveau uit eerder werk, al etaleren ze sporadisch wel een zweem van hun talent. Jammer, want deze samenwerking had tot een veel rijker en verrassender bundel kunnen leiden.

 

Voorlezen vanaf 4+

Zelflezen vanaf 6+

 

Details Poëzie
Auteur: Riet Wille
Illustrator: Kristien Aertssen
Uitgeverij: De Eenhoorn
Jaar:
2015
Aantal pagina's:
72