Richard Yates, 'Voorbije liefdes'

De blik van een ander

Een aflevering van 'FC De Kampioenen' draaide om het naderende bezoek van Jan Leyers. Bieke Crucke zou een interview van hem afnemen voor Radio Hallo, je zag haar ijverig haar vragen inoefenen. Vragen waarin ze refereerde aan de eeuwige terugkeer van Friedrich Nietzsche.

'Wie is dat?', vroeg Marcske. 'En daarbij begrijp ik uw vragen niet goed.'

'In mijn vragen gebruik ik intelligente humor. Jij begrijpt dat misschien niet, maar Jan Leyers is filosoof en die vat dat wel. En die man staat vast op en gaat slapen met de boeken van Nietzsche. Dus hij zal mijn diepgaande vragen wel kunnen appreciëren.'

Wanneer Lucy en Michael Davenport in 'Voorbije liefdes' de bevriende kunstschilder Tom Nelson bezoeken, tekent zich een soortgelijke situatie af. Allebei verwachten ze onderworpen te worden aan een spervuur van vragen over schilderijen en poëzie. Iets eerder in het verhaal had Lucy Michael verbaal de mantel uitgeveegd omdat hij de finesses van abstract expressionisme niet vatte.

'Maar het duurde niet lang of de Davenports begrepen hoe dwaas die verwachting was: in dit soort gezelschap was professionalisme een vanzelfsprekendheid. In plaats ervan hadden ze het bijna alleen over alledaagse dingen.'

Net zoals Jan Leyers bleek Tom Nelson in de eerste plaats een mens in plaats van een kunstenaar die van de Olympus was afgedaald. Het is het manco van bijna alle personages in de wereld van Richard Yates: het onvermogen om mensen te zien in plaats van reputaties. Geestelijke soevereniteit lijkt afwezig: er duikt altijd wel een autoriteit op aan wie ze zich onderwerpen. Net omdat ze zich een broertje dood hebben aan dagelijkse banaliteiten en zich graag schurken aan alles wat (in hun ogen) 'creatief' lijkt, raken ze vervreemd van zichzelf. Het soort mensen waarover Jacques Brel zong in 'Ces gens-là'.

Deze roman beweegt zich langs dezelfde krijtlijnen als eerder werk van Yates: man (met een oorlogsverleden) ontmoet vrouw, beweegt zich in artistieke kringen en hoopt op de grote doorbraak die er nooit komt. Ondertussen ontrafelt het huwelijk en komen de mentale zenuwbanen van de personages bloot te liggen. Het is een kroniek van de middenklasse die zich in de VS na W.O. II kon bevrijden van materiële beslommeringen, maar die sneller dan ooit tevoren het contact verloren met hun opgroeiende kinderen. Het is de wereld van romanciers als Philip Roth ('American pastoral', 'Portnoy's complaint'), John Updike (de Rabbit-trilogie, 'Couples') en van de reeks 'Mad Men'. Een wereld waarin vooral mannen merken dat hun voorheen vanzelfsprekende dominante positie langzaam ondergraven wordt en vertwijfeling hun deel wordt.

Harry Mulisch liet ooit optekenen dat een roman zich moeten laten lezen als 'een mes door warme boter', een quote die je kunt toepassen op het proza van Yates. Yates' schrijfstijl laat zich desondanks misschien best kenmerken als 'vals plat'. Je kunt er als lezer met een stevige vaart overheen denderen, maar dan loop je het risico rake en vileine typeringen te missen: 'Ze waren verstandige mensen die Delancey Street mijlen achter zich hadden gelaten en, inclusief Afrikaanse kunst en zelfgebakken brood, bereid waren met veel minder genoegen te nemen dan waarvan ze gedroomd hadden.'

Dit werk wordt trouwens vergezeld van een voortreffelijk voor- en nawoord (waarvoor Christophe Vekeman en vertaalster Marijke Emeis tekenden), die de leeservaring een extra dimensie verleent.

Details Fictie
Auteur: Richard Yates
Vertaler: Marijke Emeis
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
381