Remco Campert, 'Dagelijksheden'

Uit een gouden pen gevloeid

Het mag op een lang applaus worden onthaald dat Remco Campert (1929) vers werk blijft publiceren. Na 'Dichter', 'Campert Compleet' en 'Open Ogen' verblijdt hij de lezende mens sinds kort met 'Dagelijksheden', een sublieme verzameling columns. Wie ze leest ontkomt niet aan die ene conclusie: niemand schrijft op zo'n natuurlijke wijze over alledaagse voorvallen, mensen en dingen. Campert is met de jaren taal geworden.

Ofschoon hij de indruk wekt zijn dagen in complete luiheid door te brengen, is het tegendeel waar. Er gaat geen dag voorbij of hij gaat achter de vertrouwde schrijfmachine zitten om het obligate stukje te tikken. Een dag zonder schrijven is voor hem als een dag niet geleefd te hebben.

Sinds hij in de herfst van zijn leven is beland - de eeuwig stille winter schuift hij moedig voor zich uit - is hij aan terugblikken toe. Zijn wereld bestaat voortaan uit herinneringen waarvan hij ons mateloos laat genieten. Doden worden weer tot leven gewekt: Hugues C. Pernath met wie hij urenlang in Antwerpse havencafés rondzwierf. Er is de herinnering aan Hugo Claus die voor hij begon met schrijven eerst de puzzel in The New York Times oploste, Rudy Kousbroek die oog had voor meisjes,  zijn vader die het leven liet tijdens de Tweede Wereldoorlog, de soepboer die in Antwerpen elke dag langskwam, enzovoort.

Het wordt allemaal met mededogen in korte, maar daarom niet minder rake zinnen, beschreven. Briljante stukjes die hij als een bezorgde hoeder, tegen het vergeten, als fragiele kostbaarheden onder een glazen stolp stopt. Wie ze leest wordt telkens weer getroffen door de speelse manier waarop hij in zijn unieke stijl, humor, ernst en melancholie met elkaar weet te verzoenen. Nooit eerder heeft hij de lezer zo'n intieme blik in zijn leven gegund: hoe het schrijven hem vergaat, wat dichten voor hem betekent, hoe Amsterdam op hem afkomt en wat elke dag hem uiteindelijk nog te bieden heeft.

'Niet lang nadat mijn dag begonnen is begint mijn werk. Mijn werk is schrijven. Mijn schrijven is liefde. Ik houd van schrijven. Als ik niet zou schrijven zou de adem mij benomen worden. Wat zou ik zijn zonder schrijven? Een leeg omhulsel, hopeloos dobberend op de baren.'

Wie 'Dagelijksheden' uit heeft, wenst Remco Campert nog ruim de tijd om ons met een nieuwe reeks columns op een vrolijke manier een zoveelste dag te doen doorkomen. Ad multos annos, prins der Nederlandse letteren.

Details Non-fictie
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
144