Charles Darwin, De reis van de Beagle

Darwin voor trekkers

‘De reis van de Beagle' is het verslag van de tweede reis van de HMS Beagle, een voor expedities omgebouwde oorlogssloep. Het hoofddoel van het schip op deze reis rond de wereld was het in kaart brengen van de Zuid-Amerikaanse kust. Kapitein Fitz-Roy besloot echter dat het ook gunstig zou zijn om een geoloog aan boord te hebben om het landschap adequaat in kaart te brengen. Bovendien vroeg deze aristocratische kapitein zich af of hij zelf wel in staat zou zijn om de eenzaamheid en de brute aard van de lange reis te doorstaan. In zijn familiegeschiedenis was zelfmoord immers een veel voorkomende doodsoorzaak. Hij achtte het hierom opportuun om een zielsverwant, een mede-edelman, te zoeken om gesprekken mee te voeren op de reis. Hij vond een uitstekende reisgenoot in de jonge natuuronderzoeker en geoloog Charles Darwin.

De jonge Charles Darwin was een ietwat minder succesvolle en ambitieuze pagadder dan we uit de briljante werken in zijn latere leven kunnen afleiden. Zijn vader, de rigide dr. Robert Darwin, beklaagde zich erover dat Charles alleen geïnteresseerd was in de jacht op patrijzen en dat hij een sportgekke nietsnut was. Hij stuurde zijn zoon naar Edinburgh om medicijnen te gaan studeren maar Charles, die om één of andere bizarre reden niet hield van operaties op onverdoofde van de pijn gillende patiënten, keerde na twee jaar zonder diploma naar papa terug.

'Goed,' dacht de eerbiedwaardige arts, 'dan wordt hij maar geestelijke' en hij zond Darwin naar een universiteit in het onooglijke plattelandsdorpje Cambridge. Charles zag dat wel zitten en bracht drie jaar door met kaarten, drinken en achter de patrijzen lopen. Hij behaalde ook nog de graad van bachelor, maar niet met grote overtuiging.

Zomer 1831, Darwin is tweeëntwintig en hij weet niet wat hij van zijn leven zal maken. Hij springt dan ook enthousiast op het voorstel van kapitein Fitz-Roy om mee te vertrekken op reis rond de wereld, ondanks het geknor van zijn ouweman die in hem nog steeds een degelijke maar wat dwaze vicaris ziet. De Beagle zeilt op 27 december af en zet koers naar de Zuid-Amerikaanse kusten.

Het reisverslag valt thematisch uiteen in twee delen. Darwin beschrijft naast de natuur en de geologie van de plaatsen en eilanden die hij bezoekt ook de geschiedenis en de gewoonten van de volkeren die er wonen. Hij ontmoet de proto-Argentijnse caudillo Juan Manuel de Rosas en laat zich geregeld uit over de Indianen. Hij beschouwt hen als vijandelijke wilden maar op basis van hun medemenselijkheid vindt hij toch dat ze het verdienen om met respect behandeld te worden. Darwin is politiek ongetwijfeld een Victoriaan maar hij is, meer dan dat, een humanist. 'De tolerantie tegenover vreemde religies, het respect voor onderwijs, de persvrijheid die alle vreemdelingen geboden wordt en vooral ... aan iedereen die ook maar de geringste wetenschappelijke pretenties heeft ... moeten met dankbaarheid herinnerd worden.'

Het natuurverslag van Darwin is zeer uitgebreid en misschien niet zo interessant voor de doorsnee lezer van non-fictie. Het belangwekkende zit hem in de geleidelijke bewustwording van natuurlijke selectie, die in deze versie van 1845 doorheen het boek her en der opduikt. Hier en daar spreekt Darwin nog over ontwerp en één of ander groot plan maar met name in het stuk over de Galapagos-archipel kaart hij enkele ‘merkwaardigheden' aan die voor de contemporaine lezer en goede verstaander maar één verklaring kunnen hebben. Diep in de hersenen van het wetenschappelijke genie vuren de neuronen een concept aan dat de wereld zal veranderen: natuurlijke selectie.

Details Non-fictie
Originele titel:
Journal of Researches into the Geology and Natural History of the Various Countries Visited by H.M.S. Beagle
Auteur: Charles Darwin
Uitgever: Carrera
Jaar:
2009
Aantal pagina's:
459