Rüdiger Barth & Hauke Friederichs, 'De grafdelvers: De laatste winter van de Weimarrepubliek'

Schaakspel op het hoogste niveau

Elke paar jaar maken we ons op voor wat de hoogmis van de democratie wordt genoemd: verkiezingen. We kleden ons op ons paasbest, groeten de buren van en naar het stemhokje en vervullen onze burgerplicht. Bij valavond nestelen we ons in de zetel, zetten de tv aan en volgen de debatten. Vreemd gegeven op zo’n verkiezingsavond: iedereen heeft gewonnen, ook de verliezers. Maar vooruit met de geit: de kaarten zijn geschud, de kiezer (ja, u daar!) heeft gesproken en verantwoordelijke zal worden opgenomen, want het signaaal van de kiezer (u weer!) is duidelijk. Tegen middernacht eindigt de onophoudelijke reeks quotes, meningen, discussies en voorspellingen. 

En dan gebeurt er iets vreemds: de poort van de democratie, net nog wagenwijd open, gaat hermetisch dicht. Wat volgt zijn besloten coalitiebesprekingen waar u en ik niet veel mee te maken hebben. Soms dagen, meestel weken, wel eens maanden. En dan is er tada, witte rook: de gemeente, het gewest of land heeft een nieuw bewind. Feest!

Maar wat wordt er tijdens zo’n gesprekken verteld? Hoe gaat zo’n coalitievorming? Hoe manoevreren politici zich in of uit zo’n coaltitie. Rüdiger Bart en Hauke Friederichs bekeken in hun boek ‘De grafdelvers’ de misschien wel belangrijkste coalitiegesprekken uit de Westerse geschiedenis van dichtbij. We zijn eind 1932 en de Weimarrepubliek is op sterven na dood. Kurt von Schleicher, Franz von Papen en Adolf Hitler bikkelen om de macht. Een politiek schaakspel dat het gezicht van de wereld voorgoed zal veranderen.

De auteurs volgen de laatste tien weken van de republiek en vertellen hoe uiteindelijk Hitler aan het langste eind trekt. Dat hij zou winnen was geen evidentie. De NSDAP was op zijn retour, de partijkas bijna leeg en Hitler, bijgestaan door zijn dweperige adjuduant Goebbels, speelde hoog spel. Laat u trouwens niet verblinden door Hitlers machtshonger. Hij was niet de enige protagonist die een dictatuur nastreefde. Zijn opponenten waren ook niet vies van absolute macht. Allemaal in het belang van het land, uiteraard. Tel daar nog bij dat de communisten en fascisten elkaar letterlijk naar het leven stonden en je voelt de spanning in Duitsland anno 1932.

Het hele boek is opgevat als een soort dagboek. We leren van dag tot dag wie welk schaakstuk verzet, wie zijn hand overspeelt, welke (schijn)bewegingen er worden uitgevoerd. Op zich een fascinerend gebeuren dat ons leert wat ertoe leidde Duitsland in handen van Hitler over te dragen.

Waar het echter aan ontbreekt in dit boek is duiding. De auteurs zijn zeer goed in het recapituleren van de geschiedenis, maar wat de hoofdrolspelers drijft, waarom ze bepaalde keuzes maken en hoe die passen in hun visie op de republiek of hoe de tijdsgeest die beïnvloedt, blijft uit. Het is een gemiste kans. Wat ook niet helpt is de ironische, bijna cynische ondertoon die de schrijvers hanteren. Ze laten constant cynische ballonetjes op en sturen vragen de wereld in die ze onbeantwoord laten. Wat in het begin nog amusant is en relativerend aanvoelt, wordt naarmate het boek vordert gewoonweg irritant.

Dat laatste neemt een groot deel van het belang van dit boek weg. Want laat daar geen twijfel bestaan: de schrijvers beschrijven wel degelijk de meest bepalende maanden van West-Europa. Wat volgde, waren twaalf jaar van pure machtswellust, brutaal geweld en een verlies van menselijkheid die anno 2018 nog steeds nazinderen. Tien weken dus die beter verdienden dan een, toegegeven, best interessante opsomming van feiten.

Details Non-fictie
Auteur: Rüdiger Barth, Hauke Friederichs
Vertaald Door: Sylvia Wevers
Uitgeverij: Hollands Diep
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
432