Pjeroo Roobjee, 'Composteer mij'

Een gouden taalakker

Beeldend kunstenaar Pjeroo Roobjee, pseudoniem van Dirk De Vilder (1945), is zonder meer een apart geval in de Nederlandse letteren. Een kleurrijke einzelgänger, een taalvirtuoos die zonder enige concessie terecht zijn eigen gang gaat. Fel geprezen door sommigen, als moeilijk te lezen door anderen weggezet. Hoe dan ook, elke nieuwe roman van hem blijft een verademing.

Vindingrijk als hij is, dist hij in 'Composteer mij' alweer een verhaal op waarin de meest opmerkelijke personages hun opwachting maken. Namen als Miltiades Zidane, Irina  Zwingli of Wladimir Jabaudon laten immers weinig aan de verbeelding over. Met andere woorden: de lezer weet van te voren dat hem de meest bizarre situaties te wachten staan. Talloze absurde avonturen van Joe Beyls, een huurmoordenaar en zijn pijprokende echtgenote Bernadette Beyls-Pichegru. Laatstgenoemde heeft iets gehad met de zoon van Conan Steppen, dictator op een Caraïbisch eiland en wil dat haar man haar ex-minnaar om het leven brengt. Beiden reizen dus af naar La Patraque. Wat blijkt nu? Zoon Miltiades is inmiddels al vermoord.

'Een kogel uit de colt van een jaloerse echtgenoot had voor een gaaf, volkomen rond gaatje in het midden van zijn voorhoofd gezorgd. Bernadette Beyls-Pichegru liet de pijp naar een mondhoek verhuizen en spekelde tussen nauwelijks ontsloten lippen heel lieflijk een rochel naar Miltiades' dode ogen.'

Wat volgt zijn de meest krankjorume belevenissen waarop je zo gul wordt getrakteerd dat je constant bij de les moet blijven, wil je jezelf niet verliezen in alles wat met hoge snelheid op je afkomt. Tussen dit doorgaans vrolijke, maar surrealistische gedoe, is het af en toe naar adem happen als Roobjee, her en der treffend geformuleerde bedenkingen heeft rondgestrooid. Over het ouder worden bijvoorbeeld:

'De ouderdom overvalt de man als een dief in de nacht wanneer hij het vertikt jong te blijven. Wanneer hij de mening is toegedaan dat hij nooit meer het vruchtvlees van de liefde zal mogen smaken, nooit meer zijn  vlerken zal kunnen uitspreiden om eronder zwakheden te verbergen en aan velerlei soorten van tendresse een abri te bieden. Hij zal niet meer beminnen, die al te vroeg vergrijsde man.'

Het is de auteur niet zozeer om het verhaal te doen, het is zijn unieke taalvirtuositeit die de hoofdrol krijgt. Roobjee ploegt namelijk op een gouden taalakker diepe voren waarin briljante zinnen en woordvondsten voor het rapen liggen.

'Klutsei van een wijf. Ik niesde een wereldomspannende hoop snot. Een woordje placeren. Ik sletste. Bijkans toeë kluisgaten.' Het zijn maar enkele voorbeelden die je nergens elders leest en zijn stevige volzinnen een exotisch tintje bezorgen.

Wie houdt van een verrassende leeservaring kan niet om Composteer mij' heen. Ideale lectuur voor al wie vakantie in zijn tuin houdt

Details Fictie
Uitgeverij: Querido
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
208