Piet Joostens, 'Over de vriend'

Meer meningen dan vrienden

In het essay 'Over de vriend' reflecteert Piet Joostens over hoe we omgaan met vriendschap. Hij grasduinde in toevallig bijeengeraapte literaire en andere fragmenten en houdt de passages over de vriend tegen het licht. Aan een conclusie waagt Joostens zich niet, hij vreest het niet te redden "in een moeras van opinies".

De vriend maakt barre tijden mee, zo oordeelt Joostens. Vanuit diverse invalshoeken benadert hij diens wankele positie. Verrassend vaak wordt de vriend gerelativeerd, iets wat de tot ideaal verheven liefde vreemd is. Vriendschap vereist stiltes en niet te slopen muren. Argwaan is het deel van zij die het tegenovergestelde beweren. Joostens stelt evidente vragen: Hoeveel vrienden kun je hebben? Wanneer begint een vriendschap? Kun je een vriendschap onderhouden? Het buikgevoel is nooit veraf: over de kwestie of dit essay, door de eenzijdige blik op de mannelijke vriend, niet seksistisch is laat hij zijn vriendinnen aan het woord. In eenzelfde zin is ook 'In beeld' problematisch.

De wetenschap blijft monddood over de vriend. Joostens zoekt daarom zijn toevlucht tot schrijvers en kunstenaars. Vooral in tractaten uit de Klassieke Oudheid en het oeuvre van min of meer hedendaagse denkers als Michel de Montaigne, Nietzsche en Flaubert vindt Joostens inspiratie. Evengoed last hij een stuk in over Bert en Ernie; de analyse ervan is onderhoudend door het serieux waarmee hij zich van deze taak kwijt. Joostens vindt er duidelijk weinig aan om elitaire naast populaire cultuur te plaatsen. Hij ontkent niet dat zijn selectie, die stevig verankerd zit in het Westerse denken, om die reden behept is met een inherente beperking. Hoe vergaat het de vriend in andere culturele tradities?

De auteur pretendeert niet dat hij met dit essay een volledig samenhangende oefening klaar heeft die rijmt met de essentie van de vriend. Een dergelijke ambitie is volgens hem zelfs niet haalbaar juist omwille van het karakter van de hedendaagse vriend dat te vaag en te meerduidig zou zijn. Over waarom het vroeger anders was is hij weinig concreet. Hij verwijst enkel naar andere vormen die vriendschappen vroeger aannamen. Nochtans zijn de scherpe tegenstellingen over de vriend in de klassieke literatuur, door Joostens voortreffelijk opgelijst in het essay, het bewijs bij uitstek dat een polemiek nooit veraf was als de vriend over de tongen ging. Zo zag Aristoteles in de vriendschap een door en door maatschappelijke aangelegenheid, een beschouwing die diametraal staat tegenover de Epicuristische traditie waarbij vrienden in een ommuurde tuin beschutting zochten tegen het verlammende juk van het dagelijkse leven. Ook vroeger waren de meningen verdeeld.

'Over de vriend' is in de eerste plaats een literaire bloemlezing met de vriend in een glansrol. Of het nu gaat om het zeer korte maar fascinerende verhaal van Kafka over vijf toevallige vrienden of Flauberts 'Bouvard en Pécuchet' dat bij hem op veel sympathie kan rekenen: telkens opnieuw analyseert Joostens met een aanstekelijke gretigheid de aandacht van deze grootmeesters voor de vriend. Hij schrijft met open vizier en verlangt niet dat je het met al zijn stellingen eens bent. Joostens komt aardig in de buurt van waar het hem om te doen is: de vriend te ontdoen van de misleidende vanzelfsprekendheid die hem in zijn opinie omhult.

Details Non-fictie
Auteur: Piet Joostens
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
173