Peter Terrin, 'Patricia'

Verloren snelweg

Astrid staart naar een windmolen. Nadat haar smartphone bij haar zoontje in bad viel, is ze in een opwelling in haar auto gestapt en uit haar eigen leven weggereden. Nu probeert ze de snelheid van de wieken in te schatten. De impact van de punt op een mensenhoofd. Zijn we gewoon allemaal gek geworden?

De vertelster die in ‘Patricia’ aan het woord wordt gelaten is niet waanzinnig, maar helder is haar verhaal allerminst. Als in een droom treedt ze buiten zichzelf. Ze observeert haar eigen huis en overschouwt haar eigen leven. 39 jaar, succesvol eventmanager, moeder van Louis en echtgenote van David. Maar het geluk vertoont barsten. Haar loopbaan is een bron van stress, er is de druk van de schoonmoeder en Astrid raakt steeds meer uitgekeken op David. Dit kan niet haar droom zijn geweest toen ze nog kunstgeschiedenis studeerde.

Heeft een mens dan een dode telefoon nodig om de navelstreng met een verstikkend leventje door te knippen? Heel bewust probeert Astrid afstand te nemen, maar voortdurend wordt ze weer naar het huis toegezogen. In een ijzingwekkende passage gaat ze zelfs eens ongemerkt weer naar binnen.

Zoals wel vaker bij het werk van Peter Terrin blijven lezers na deze roman met een pak vragen en losse eindjes achter. Wie is bijvoorbeeld in godsnaam die Patricia? De Groene Amsterdammer noemde ‘Patricia’ een eerbetoon aan thrillerauteur Patricia Highsmith. Wij zien dan weer een link met Patricia Arquette en haar nevelige dubbelrol in de surrealistische cultklassieker ‘Lost Highway’. Misschien is de naam van Astrids echtgenoot in dat opzicht niet lukraak gekozen. Hoe dan ook biedt dit gissen geen sluitende antwoorden en maar goed ook. Ze zouden afbreuk doen aan de mysterieuze droomsfeer die Terrin zo uitgekiend weet op te roepen.

‘Patricia’ houdt het midden tussen een geniale droomnovelle en een plezierig tussendoortje, maar het is vooral een illustratie van de verslavende en bevrijdende kracht van een verhaal. Elke goede roman –ook deze- is immers een plek waar we van onszelf verlost kunnen zijn. Of heeft Peter Terrin stiekem toch een spookverhaal geschreven? Of zijn we gewoon allemaal gek geworden?

Details Fictie
Auteur: Peter Terrin
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
207