Paulo Coelho, 'Hippie'

Autobiografische roman vervalt in spiritueel gewauwel

De Braziliaanse Paulo Coelho is een auteur die zowel haat als liefde opwekt. En laat dat laatste nu net zijn waar de jaren zestig en de hippies (onder andere) om bekend stonden. Liefde is dan ook een belangrijk onderwerp in deze autobiografische roman, evenals drugs, de zoektocht naar verlichting en jawel, seks. Dit alles onderweg naar Kathmandu, de hippiehemel van de jaren zestig en zeventig. 

 

Zomer 1970. In Amsterdam is de Dam nog een mooie plek om te zijn, met een Koninklijk Paleis om trots op te zijn, schone straten, weinig auto’s, en geen omhooggevallen warenhuis, een winkel met kleding uit Bangladesh en een luxueuze hotelketen om van deze plek een te mijden toeristische attractie te maken. Neen, langharige mannen, met de hand geverfde Volkswagen busjes, de geur van marihuana (oké, dat is dan niet veranderd), blote borsten en massa’s mensen die heilig in het derde oog geloofden: de  'Summer of Love', dus. Ook Coelho heeft zich in die tijd overgegeven aan deze ideeën, en belandde na een drietal opsluitingen wegens ‘politiek activisme’ en een reis door Zuid-Amerika in de Nederlandse hoofdstad. Hij wist het nog niet, maar daar zou hij samen met de Nederlandse schoonheid Karla op weg gaan naar Nepal, met de ‘Magic Bus’, een reis die een aantal weken zou duren. Karla had het zich al laten voorspellen door een kaartlegster: haar reisgezel zou een donkere onbekende zijn. Gelukkig kwam daar onze Paulo aan, die met zijn wilde krullen en de vlag van zijn land op zijn jasje genaaid een opvallende verschijning was. Ze kopen een ticket voor de laatste twee plaatsen op de bus (het lot!) en vertrekken de volgende dag naar Kathmandu. Onderweg ontspint zich een opvallende liefdesband tussen Karla en Paulo, maar deze blijkt niet sterk genoeg te zijn voor ‘de Braziliaan’ om zich aan haar te binden. In Istanbul verlaat hij de bus (en het boek), op zoek naar dansende derwisjen en een hogere betekenis, die hij vindt in, ja hoor, een zonnestraal met neerdwarrelend stof.

 

Het is precies dat spirituele gewauwel dat van ‘Hippie’ eerder een persiflage dan een daadwerkelijk interessant boek maakt. Zinnen als ‘Paulo’s ziel had zich nog niet geuit’ (jawel, hij spreekt over zichzelf in de derde persoon enkelvoud, om rde verschillende personages hun leven met hun eigen stem te laten beschrijvenr) en ‘de vlam van de Gekte leidt tot waarheid’ zijn nogal moeilijk om serieus te nemen. Paulo’s geloof in ‘negatieve vibes’ geeft misschien een goed beeld van de esoterische overtuigingen van de hippiebeweging, maar laten in dit boek geen ruimte voor een andere opvatting. Dat terwijl er wel zeer interessante zaken in het boek benoemd worden: een geschiedenis van het gebruik van en een genuanceerd beeld op bepaalde drugs, informatie over de cynici en het soefisme, de herkomst van het vredesteken… Het is duidelijk dat Coelho enige kennis van zaken heeft en ondanks het licht belerende toontje dat daarin doorklinkt (kijk mam, zonder handen!) is het absoluut waardevol om het te lezen. Dit alles is echter doordrenkt van een vervelend soort geloof in een hogere macht, een energieveld zo je wil, en een totaal gebrek aan zelfspot. Het gebruik van ‘Paulo’, ‘hij’ en ‘de Braziliaan’ als Coelho het over zichzelf heeft doet eerder pompeus aan. Hier zijn geen zelfgevlochten bloemenkransen uit te reiken: ‘Hippie’ wekt geenszins het blije gevoel op dat de jaren zeventig zelf ongetwijfeld wel deden.

Details Fictie
Auteur: Paulo Coelho
Uitgeverij: De Arbeiderspers
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
207