Paul van Ostaijen, Bezette Stad & nagelaten gedichten

Terug van nimmer weggeweest

Noem hem een dandy, een goochelaar of een improviserend jazzmuzikant met woorden. Dichter Paul van Ostaijen was het wellicht allemaal. Hoewel jong gestorven (hij werd slechts 32 jaar oud) zou de man de Nederlandstalige letteren op zijn grondvesten doen daveren. Van Ostaijen geldt als de uitvinder van het typografisch expressionisme, schreef het allereerste dadaïstische filmscript ooit (getiteld ‘De bankroet jazz'), liet talloze traktaten na over zijn visie op de poëzie en beïnvloedde een groot aantal romanciers en dichters uit de komende generaties schrijvers. Zijn literair gezag dankt de man niet alleen aan de hoeveelheid vernieuwingen die hij introduceerde, maar ook (en vooral) aan het feit dat hij in alle disciplines waaraan hij zich waagde, uitblonk.

De onlangs uitgegeven bundel grotesken (bij Uitgeverij Voetnoot) doet bulderlachen, terwijl de swingende taal van ‘Music hall' in eindeloze vervoering brengt en een bijzondere tegenstelling vormt met de tergende taferelen uit onder meer ‘Feesten van angst en pijn'. De erkenning die van Ostaijens oeuvre nog steeds geniet, mag dus geen toeval heten: in middelbare scholen is de man nog steeds verplichte kost en de laatste jaren lieten verscheidene theatermensen zich inspireren door de poëzie van deze Antwerpse flamingant. Om maar te zeggen, sedert zijn dood werd van Ostaijen in het collectief geheugen vooral levend gewaand.

Toch is een hernieuwde uitgave van zijn twee belangrijkste werken niet overbodig. Uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep besteedde immers, zoals gebruikelijk, veel zorg aan de bladspiegel en liet dichter Alfred Schaffer een nawoord optekenen waarin het genie van Ostaijen met enkele eenvoudige pijlers wordt toegelicht. Voor wie al een verzameld werk bezit, zijn beide elementen niet in die mate doorslaggevend dat ze een nieuwe aanschaf zouden rechtvaardigen. Dit boek ent zich dus vooral op mensen die ‘Bezette stad' of de ‘Nagelaten gedichten' nog niet in huis hebben. Voor hen is deze mooi uitgegeven en betaalbare editie op maat gemaakt.

Wie ‘Bezette stad' voor het eerst onder ogen krijgt, blijft aan de pagina's gekluisterd tot en met de laatste bladzijde. Van Ostaijen lezen is uiteraard niet alles willen en kunnen begrijpen, maar eerder proeven van de prachtige klanken en de onbeteugelde energie van een jonge rebel. De bundel laat bovendien een dichter zien die (tijdens zijn verblijf in Berlijn) totaal gedesillusioneerd de wanhoop van de oorlogsjaren neerschreef. Hoewel die context tegenwoordig gedateerd is, zijn de schreeuwerige uitlatingen van de dichter dat in geen enkel opzicht. Juist door hun kinderlijke lichtheid in vorm en associaties, wint de achterliggende contour van beklemming en angst aan belang en aan kracht.

Met de primitieve emoties uit ‘Bezette stad' staan de ‘Nagelaten gedichten' in schril contrast. Daarin ontpopt van Ostaijen zich nog steeds als relschopper en revolutionair speelvogel, maar de toon is gemoedelijker. ‘De oude man', ‘Marc groet 's morgens de dingen' of het simpele ‘Berceuse nr. 2' zijn niet voor niets uitgegroeid tot klassiekers binnen de Nederlandstalige literaire canon. De dichter treedt hier als lyricus naar de voorgrond, hoewel wrange humor en zure spitsvondigheden nog steeds geregeld om het hoekje komen gluren. De mix van deze veelzijdige gedichten en de overrompelende totaalervaring van ‘Bezette stad', is dan ook een ideale combinatie voor wie nog kennis moet maken met de invloedrijkste Nederlandstalige dichter tot op heden. Boem paukeslag... en hulde aan van Ostaijen.

 

Details Poëzie
Auteur: Paul van Ostaijen
Copyright afbeeldingen: Athenaeum - Polak & Van Gennep
Uitgever: Athenaeum - Polak & Van Gennep
Jaar:
2010
Aantal pagina's:
251