Paul Collier, ‘Exodus: Immigration & multiculturalism in the 21st century’

Goedbedoeld maar ontoereikend

Met Kerstmis en Nieuwjaar in zicht duiken in allerlei media weer de jaaroverzichten op, boordevol Grote Gebeurtenissen. En ongetwijfeld zullen ook de tientallen lijkkisten op het Italiaanse eiland Lampedusa prominent in beeld komen. Het was niet de eerste keer dat Afrikaanse bootvluchtelingen verdronken in een poging om de stranden van Fort Europa te bereiken, maar de omvang van de ramp - 300 slachtoffers (lees dat nog maar eens) - sloeg Italië én Europa met verstomming. Waarom wagen zoveel mensen hun hachje, op zoek naar een beter leven? Die vraag stelde de Britse econoom Paul Collier zich ook, en hij ging daarbij nog een paar stappen verder.

In zijn nieuwe boek ‘Exodus: Immigration & multiculturalism in the 21st century’ voedt de Brit - tussen haakjes: zelf van Duitse afkomst - hét debat van de afgelopen (en waarschijnlijk komende) eeuw. Maar zijn uitgangspunt is dat van een econoom, en Collier en stelt bij immigratie interessante vragen. Zoals: welke meerwaarde hebben die immigranten voor de maatschappij waar ze in terecht komen? Hoe zit het met de achterblijvers in het land van oorsprong? En kunnen gastlanden - Colliers terminologie heeft af en toe een archaïsch kantje - niet beter investeren in het verbeteren van de toestand in migratielanden dan in de opvang van nieuwe immigranten?

Bovenstaande uitgangspunten klinken nogal provocerend, maar dat is allerminst Colliers bedoeling, dixit de man zelve. Met enige zin voor nuance probeert hij een andere kijk te bieden op een politiek ontzettend moeilijk en vergiftigd debat. Deze schrijver vraagt zich niet af of immigratie goed of slecht is; wel hoeveel immigratie landen kunnen verdragen.

Zijn conclusie is eenvoudig, maar ook wat simplistisch: iedereen wordt beter van immigratie. De nieuwkomers komen in een welvarend land terecht en kunnen een nieuw leven opbouwen, de gastlanden doen beroep op de talenten van die nieuwkomers, en de achterblijvers worden financieel beter door het opgestuurde geld van de uitwijkelingen. Maar tegelijk hangt Collier ook een doembeeld op van die diaspora: een steeds maar versnellende immigratie zou wel eens zwaar kunnen doorwegen op een samenleving.

Paul Collier vertrekt natuurlijk vanuit een Brits standpunt, daarbij voorbijgaand aan samenlevingen die immigratie wél goed weten op te vangen. Bovendien beschouwt hij de rijkdom van een superdiverse samenleving als hoogstens een pittig sausje over een puur economisch gerecht. Wat ons meteen bij ons grootste punt van kritiek brengt: immigranten worden in ‘Exodus’ louter gezien als pionnen in een vrijemarkteconomie. Een vluchteling uit pakweg Syrië zou de man doodleuk terug sturen van zodra de wapens zwijgen.

Collier mag dan wel pretenderen een neutrale blik te werpen op een meer dan ooit actueel debat, zijn premises en terminologie zijn dat zeker niet. Dat neemt niet weg dat de Brit een boeiend en vlot leesbaar boek heeft geschreven over een complexe en netelige kwestie. De ontoereikende conclusies moet je er wel bijnemen.

Details Non-fictie
Auteur: Paul Collier
Uitgeverij: Allen Lane
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
240