Paul Auster, 'Op reis in het scriptorium'

Verdwaald in het eigen scriptorium

Meneer Blanco wordt volledig gedesoriënteerd wakker in een onbekende kamer. Hij herinnert zich niet wie hij is of hoe hij daar terecht gekomen is. Er bevinden zich een aantal voorwerpen in het vertrek, en op ieder voorwerp zit een strook witte plakband waarop met zwarte drukletters een woord staat geschreven. Op het tafeltje naast het bed staat bijvoorbeeld 'TAFEL'. Op de lamp staat 'LAMP'. Terwijl de oude man met honderden vragen worstelt, maakt een camera iedere seconde een foto van hem, en een microfoon registreert genadeloos ieder geluid. Vanaf de beginregels van 'Op reis in het scriptorium' sleurt Paul Auster je mee in zijn bevreemdend universum waarin de geest van Samuel Beckett nooit ver weg is.

In de loop van het verhaal krijgt meneer Blanco in zijn kamer het bezoek van allerlei figuren die hem vaag bekend voorkomen en die hem om de een of andere reden allemaal iets te verwijten hebben. Ook de lezer die vertrouwd is met het werk van Paul Auster zal vaak een zucht van herkenning slaken bij het horen van de namen van de bezoekers. Daniel Quinn, David Zimmer, Anna Blume, Samuel Farr … Het zijn stuk voor stuk schimmen uit het schrijversverleden van Paul Auster. Het terugzien van die oude bekenden is een leuke gimmick, maar ook niet meer dan dat. Paul Auster slaagt er helaas niet in om zijn personages tot leven te wekken en een echte meerwaarde levert het met elkaar in contact brengen van de oude getrouwe personages ook al niet op.

Op zijn ontdekkingstocht door het scriptorium ontdekt meneer Blanco naast een stapel oude foto’s ook een manuscript dat een halve eeuw geleden geschreven werd door John Trause. Met Trause – een anagram van de naam Auster - maakten we eerder al kennis in Austers 'Orakelnacht'. Hier past Paul Auster zijn klassieke postmoderne truc van het verhaal-binnen-het-verhaal weer toe. Meneer Blanco moet een einde schrijven aan het manuscript dat toevallig ook 'Op reis in het scriptorium heet'. Meteen wordt duidelijk dat meneer Blanco eigenlijk gewoon Paul Auster zelf is. De schrijver is één geworden met zijn personages en zit gevangen in zijn zelf gecreëerd labyrint met spiegelkamers en dubbele bodems. Paul Auster toont subtiel aan dat personages niet alleen bestaan dankzij een schrijver, maar dat een schrijver omgekeerd ook zijn bestaan ontleent aan zijn eigen personages. Schepper en personages vallen samen, net zoals de fictie soms verdacht veel op de alledaagse werkelijkheid lijkt.

Paul Auster roept dus naar goede gewoonte weer meerdere existentiële vragen op in zijn proza, maar toch is 'Op reis in het scriptorium' niet van hetzelfde beklijvende niveau als zijn eerdere romans. Het vertelplezier, de virtuoze plotwendingen, de sprankelende intertekstualiteit en de beklemmende sfeer die van Austers andere romans zo’n zinnenprikkelend genot maakten, ontbreken in dit boek. Paul Auster heeft alle technieken waar hij al jaren op teert ook hier weer toegepast, maar er zit een beetje sleet op de formule. Voor iedereen die vertrouwd is met het oeuvre van Auster verliest dit verhaal al snel zijn aantrekkingskracht omdat het gewoonweg te voorspelbaar is. We vragen ons af wat een briljante auteur als Paul Auster bezielde om zijn eigen literaire erfgoed simpelweg te recycleren in deze roman. Had hij misschien last van een writer’s block en moest er van zijn uitgever dringend een boek op de plank komen? 'Brooklyn-dwaasheid' - zijn vorige roman - was al eerder middelmatig, maar 'Op reis in het scriptorium' is ronduit zwak. Paul Auster loopt momenteel verloren in zijn eigen scriptorium en moet zich dringend herpakken.

Details Fictie
Originele titel:
Travels in the Scriptorium
Auteur: Paul Auster
Vertaling: Ton Heuvelmans
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2006
Aantal pagina's:
148