Patrick Modiano, 'Trilogie van een beginnend schrijverschap'

Personages die in het niets verdwijnen

Het Parijs van de jaren zestig, een minder gelukkige schooltijd op internaten, vrijwel altijd afwezige ouders, moeizaam overleven als debuterend auteur, enzovoort. Het zijn thema's die geregeld opduiken in Modiano's 'Trilogie van een beginnend schrijverschap'. Een verzameling van drie dunne romans die in de periode 1988-1993 werden gepubliceerd. 'Verdaagd verdriet' en 'Hondenlente' verschenen eerder al apart in een voortreffelijke vertaling van Edu Borger. Nu werd daar 'Fleurs de ruine', door Paul Gellings vertaald als 'Bloemen en puin', aan toegevoegd. 

In alle drie de romans is de ik-verteller, een beginnend schrijver, manifest aanwezig. Een jongetje - de verteller - en zijn broer uit 'Verdaagd verdriet' groeien op in een exclusief vrouwelijke omgeving. Vrouwen die de meest excentrieke mannen aantrekken en zich om beide jongetjes, wier ouders afwezig zijn, zorgzaam bekommeren. Een in het oog springend iemand in dit verhaal is, behalve de excentrieke Roger Vincent, ongetwijfeld Jean D. Een intrigerend individu dat de ik-verteller jaren later weer ontmoet en hem, in het gezelschap van zijn vriendin, vraagt of het schrijven lukt.

Net als in andere romans van Modiano struin je als lezer alweer door wijken en straten van Parijs. Of je belandt in een restaurant of bistro, waar zich altijd iemand aan het buffet of achter een tafel bevindt en verder in het verhaal een al dan niet prominente rol speelt. Het is een beproefd procedé dat allerminst verveelt door Mondiano's voldragen stijl en de wijze waarop hij erin slaagt zijn personages te profileren. Ze komen en gaan, of verdwijnen in het niets. Een gegeven dat behalve zijn obsessie van het schrijven - lees het archiveren van alles en nog wat - de teneur bepaalt in 'Bloemen en puin'. De auteur zet hier op meesterlijke wijze het personage Pacheco neer. Een mysterieus type. Een man, die - alsof hij bang is voor het licht - een bestaan in duisternis en geheimzinnigheid verkiest.

Meer dan in de twee vorige romans is het verlangen om te archiveren de rode draad in 'Hondenlente'. Met een niet aflatende energie vrijwel alles noteren opdat niets verloren zou gaan in de nevelen van de eeuwigheid. Iets wat fotograaf Francis Jansen, het hoofdpersonage, met zijn camera doet. 

Portretten van mannen en vrouwen en straten en pleinen maken tot ze na verloop van tijd tot vage schimmen zijn verworden. Aan de andere kant - van een paradox gesproken - is er het verlangen naar het verdwijnen. Met andere woorden: ondanks enkele povere sporen te hebben nagelaten, het verlangen om in het totale niets te worden opgenomen. Francis Jansen symboliseert dat alles, waarna de ik-verteller met hem uiteindelijk uit het verhaal verdwijnt.

Patrick Modiano lezen is een belevenis. Sfeer, stijl en thematiek zijn bij hem nooit vrijblijvend.

Details Fictie
Uitgeverij: Querido
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
320