Pascal Verbeken, 'Brutopia: de dromen van Brussel'

Een stad vol littekens

Na intussen bijna klassiek geworden titels als 'Arm Wallonië' en 'Grand Central Belge' portretteert Pascal Verbeken (1965) in 'Brutopia' nu aan de hand van een tiental dromen Brussel. De Belgische hoofdstad die sommigen aantrekt maar anderen genadeloos afstoot. 'Brutopia' verwijst zonder meer naar heel wat utopieën die deel uitmaken van het DNA van deze metropool. 

De wijze waarop Verbeken de stad in beeld brengt is zowel begripvol als gedurfd. Met behoorlijk veel mededogen en een trefzekere pen verkent hij er de weelderige Europese salons, maar evenzeer struint hij met alerte blik door de achterbuurten.

Wat is er toch met Brussel - door Louis Paul Boon ooit omschreven als een oerwoud - waar vorig jaar 55 zwervers stierven?

Het doet denken aan de periode toen Karl Marx er in 1845 als politiek vluchteling arriveerde. Als een bejaard Duits echtpaar de auteur vraagt waar de Verbondsstraat - Marx had er nog gewoond - zich bevindt, valt hij letterlijk uit de lucht. Het enige wat hij weet is dat Marx geregeld café-hotel Le Cygne frequenteerde. Het is meteen de start voor een grondige verkenning van deze complexe en tegelijk kleurrijke stad waarover nog al wat misvattingen bestaan. Een stad die hopeloos verdeeld is, van niemand is, waar bouwpromotoren ravages hebben aangericht, en ondanks alles een stevige dosis optimisme heerst.

Opvallend zijn er de felle contrasten: een mondaine Louizalaan en een Afrikaanse Matongewijk, of waar woningen van onmondige inwoners werden gesloopt voor al te prestigieuze projecten in de Noordwijk. Een wijk waar de prostitutie nu weelderig bloeit.

'Tegenwoordig zijn Afrikaanse meisjes, vaak uit Nigeria, het slechtst af. Via de Libië-route werden ze Europa in gesmokkeld, maar het verhoopte paradijs blijkt een rood verlicht carré van drie vierkante meter met een stoel en een tafeltje waarop een asbak en een doos Kleenex staat.'

Net zoals niets meer herinnert aan de aanwezigheid van Marx, is ook de beroemde Franstalige dichter Charles Beaudelaire helemaal uit het straatbeeld verdwenen. Is het omdat hij - syfilis zou er zijn dood betekenen - een Brussel-hater werd? Als een notoir homme à femmes keek hij er op de vrouwen neer.

'Ze konden niet glimlachen vanwege de stramheid van hun spieren en de structuur van hun tanden en kaken, stelde hij vast. En voorts: "De haren geel. De benen, de borsten, enorm en moddervet. De voeten, o gruwel!!!"'

Wie 'Brutopia' heeft gelezen wandelt voortaan met andere ogen door deze metropool die Pascal Verbeken met meesterlijke pen, zowel cultureel, urbanistisch als sociaal-economisch beschrijft. Een boek dat perfect aansluit bij 'De eeuw van Brussel' van Eric Min.

 

Details Non-fictie
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
336