Pascal Verbeken, 'Arm Wallonië'

De ondergang van het aambeeldland

Met het tandemproject De Standaard/Le Soir en de verschijning van dit boek zou je bijna vergeten dat de meeste Vlaamse media al jaren louter desinteresse voor het zuiden van ons land hebben vertoond. Iedere kijker van het RTBF-journaal weet dat het omgekeerde niet het geval is.

Pascal Verbeken, Humojournalist, vond inspiratie in 'Door arm Vlaanderen' (1903), het boek van August de Winne dat met heilige, socialistische verontwaardiging de daensiaanse taferelen in de regio hekelde. Maar Verbeken heeft zich – de postmoderniteit indachtig – niet ontpopt tot een politiek spreker, maar tot een intelligent en genuanceerd notulist die de gave van de verwondering nooit van zich af weet te schudden. Gezien de vele misverstanden – vraag ons niet op een kaart aan te duiden waar pakweg Bergen of Namen ligt -, clichés en vooroordelen, kan het zeker geen kwaad Verbekens reis te volgen. Van de meer gegoede streek rond Louvain-la-Neuve (economische boom van hoogtechnologische bedrijven: wie dat wist, mag zich op de borst kloppen) tot de miserie van Marcinelles en de melting pot van Seraing.

Het minste wat je van dit boek kunt zeggen is dat je veel nieuwe dingen oppikt. Bovendien is het erudiet geschreven met af en toe treffende cijfers en veel gevoel voor poëzie. Niet dat Verbeken zijn ogen sluit voor de lelijke kanten: het is shockerend om te lezen dat werklozen in Charleroi scheiden omdat het fiscaal meer opbrengt. Idem voor de beschrijving van de politieke (PS-)mandarijnen die letterlijk stemmen afkopen en mensen zo in eenrichtingsverkeer naar de eeuwige lethargie en de woestijn van de levenslange werkloosheid sturen. Verbeken laat bewust ook optimistische stemmen horen om de lawine van negatieve berichtgeving toch een beetje te counteren. Hij heeft – en dat siert hem – een erg diverse schare van ooggetuigen, conversatiegenoten en publieke figuren gevonden. Niet zelden vallen zijn oog en oor op de racistisch getinte onderstroom die in de vervallen industriesteden haar lelijk gezicht toont. De Vlaamse reflex zeker? De auteur zoekt en heeft weinig moeite “ex-Vlamingen” te vinden die lang geleden – toen de dieren nog konden spreken - Limburg of West-Vlaanderen achterlieten wegens de schamele lonen. Ze bouwden een nieuwe toekomst op in het zuiden, dat uitblonk in metaalproductie en steenkoolverwerking. De (logische) insteek hierbij is: verlies de geschiedenis niet uit het oog, iets waarop sommige Vlaamse politici een abonnement lijken te hebben.

Enkele minpuntjes toch: in zijn analyse blijft Verbeken met opzet beperkt, wat het reisverhaal soms een beetje vrijblijvend maakt. Wij hebben ook de indruk dat hij vooral interviews heeft gedaan met figuren die zijn sympathie droegen. Een oppermogul als J. C. Van Cauwenberghe – niet uit het oog van de corruptiestorm te slaan – mocht wel wat langer aan bod komen dan de hier aanwezige, korte vermeldingen.

Toch zijn dat slechts kanttekeningen in dergelijk boeiende lectuur. Er schuilt veel hart en gevoel in “Arm Wallonië”. Pascal Verbeken mag zich zonder schroom bij die o zo kleine inner circle van Vlaamse Wallonië-kenners (zoals Guido Fonteyn en Rudy Aernoudt) voegen.

Details Non-fictie
Auteur: Pascal Verbeken
Uitgever: Meulenhoff/Manteau
Jaar:
2007
Aantal pagina's:
295