Paolo Giordano, 'Het menselijk lichaam'

Een eeuwigheid in de woestijn

'Twee jaar later herkende ik mijn leven niet meer terug,' zegt Paolo Giordano in in een recent interview met NRC Handelsblad over de periode na zijn alom bejubelde debuut en bestseller ‘De eenzaamheid van de priemgetallen.’ Giordano had kennisgemaakt met de vloek van het succes: iedereen was dol op zijn werk, maar juist daarom kreeg hij geen behoorlijke zin meer op papier. In 2010 vertrok hij als embedded journalist naar Afghanistan, en daar vond hij eindelijk de nieuwe inspiratie die hij nodig had. Zijn tweede roman gaat over een Italiaans peloton, 26 mannen en één vrouw, die in de Afghaanse Gullistanvallei proberen ‘vijandelijke elementen’ onder controle te houden. Wanneer ze samen met legerarts Alessandro Egitto een riskante missie moeten uitvoeren, maken ze een tragedie mee die diepe sporen achterlaat.

Het overgrote gedeelte van de roman speelt zich af op de FOB, de forward operating base, die door het leger middenin de woestijn is neergezet en voor de soldaten de enige veilige plek in de wijde omtrek is – en zelfs die is niet altijd veilig. Giordano besteedt ruim aandacht aan het leven op de FOB: de angst, de ongemakken, de eentonigheid, de verhoudingen tussen de soldaten onderling, de grapjes die ze met elkaar uithalen en hun pogingen contact te houden met het thuisfront. De paradox van je kapot vervelen terwijl de woestijn vol zit met talibanstrijders wordt uiterst voelbaar: ‘Hoelang zijn we hier al?’ ‘Vijfentwintig dagen.’ ‘Nee joh! Veel langer.’ ‘Vijfentwintig dagen, echt waar.’ ‘Het lijkt een eeuwigheid.’

Maar niet alles in ‘Het menselijk lichaam’ draait om het leger. Egitto kijkt in flashbacks terug op zijn jeugd, en vooral op de ingewikkelde relatie met zijn zus Marianna. Net als in ‘De eenzaamheid van de priemgetallen’ is Giordano hier gefascineerd door de schade die een dysfunctioneel gezinsleven kan aanrichten. Maar waar hij zich in zijn debuut daar helemaal op richtte en er ook genoeg ruimte voor had, vallen de interludes over Egitto’s verleden hier ietwat uit de toon. Een meer beperkte focus had misschien voor een roman met nog meer impact gezorgd. Graag hadden we ook – in plaats van over Egitto’s jeugd – meer gehoord over de sympathieke adjudant René, de Rambo-achtige Cederna of de angstige, onzekere Mitrano.

Dat neemt niet weg dat ‘Het menselijk lichaam’ leest als een trein. Giordano bouwt de spanning knap op, geeft geïnspireerde beschrijvingen van de Afghaanse woestijn weg, maakt van de sleutelscène tijdens de gedoemde missie iets prachtigs en gruwelijks tegelijk en voert interessante experimenten met vertelvormen uit. No pressure, Paolo, maar we zijn nu al benieuwd naar de volgende.   

Details Fictie
uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
320