Oscar van den Boogaard, 'Kindsoldaat'

Stijlvol zonder echte personages

Het wordt hopelijk geen trend: een nieuw boek promoten via een omstreden bekentenis. Griet Op de Beeck zette, naar aanleiding van het verschijnen van 'Het beste wat we hebben', de toon met het verhaal dat ze door haar vader indertijd seksueel was misbruikt. Nadien schreef Charlotte Mutsaers in haar roman 'Harnas van Hansaplast' dat ze bij haar gestorven broer gevonden kinderporno had doorverkocht. Het veroorzaakte een storm van protest in Nederland ofschoon Mutsaers erop wees dat het hier wel degelijk een fictief gegeven betrof. De voorlopig laatste in dat rijtje is nu Oscar van den Boogaard met de onthulling de natuurlijke zoon van prins Bernhard te zijn. Het is overigens niet de eerste stunt van deze schrijver. In 2006 nam hij als Emmanuel Lipp, een zogenaamd in de gevangenis verblijvend auteur, iedereen in de maling. Of hoe fictie en non-fictie de jongste tijd meer en meer verstrengeld raken. 

Of de prins der Nederlanden nu al dan niet de vader is van Oscar van den Boogaard is geenszins het centrale thema van 'Kindsoldaat': een roman van ruim 570 pagina's, die hoofdzakelijk door vinnig geschreven dialogen wordt voortgestuwd. De hoofdpersonages zijn twee vrouwen: Nora en Elsie.

Nora groeit begin twintigste eeuw op in Villa Flora, een landgoed in Limburg, nabij de Duitse grens. Ze is het soort type dat zich gemakshalve laat typeren als passioneel. Ze vertoeft graag in het gezelschap van Max en Nol, een tweeling, die bij haar in de buurt wonen. Hoewel ze het best met beiden kan vinden, trouwt ze uiteindelijk met Nol: een jurist, die zich na een ongeval tijdens het schermen, als een ziekelijk man verder door het leven sleept. Max daarentegen is een officier in het Duitse leger en de geliefde van Nora die hij drie keer bezwangert. Duidelijk een overspelige vrouw die tijdens de Eerste Wereldoorlog ook al een relatie had met een arts. Haar kinderen heten Elsie, Max en Frans. 

Het is uitgerekend Elsie, een drankzuchtige vrouw, die in de voetsporen van haar moeder eind de jaren vijftig een affaire begint met prins Bernhard. Een liefdesrelatie op een besneeuwde Alpentop onder het toeziend oog van Mammie, alias Juliana, die de vriendschap van haar man best charmant vindt.

'Juliana raakte Elsie voorzichtig aan, alsof ze een porseleinen beeldje van Nymphenburg was. 'Zo mooi' fluisterde ze, 'en wat ruik je lekker.' 'Joy' fluisterde Elsie, 'van Patou.' 'Zo'n oude geur voor zo'n jonge vrouw' riep Juliana uit, 'Kun je skiën?'

'Ik heb jarenlang van een Zwitserse skikampioen les gehad,' zei Elsie en verzweeg dat ze met hem verloofd was geweest. 'Hij had zijn eigen berg,' voegde ze eraan toe. 'Een eigen berg,' herhaalde Juliana gefascineerd. Ze schonk voor hen een glaasje sherry in. Haar ogen fonkelden terwijl ze naar Elsie keek.'

Waarop talloze fragmenten volgen waarin de prins der Nederlanden gedetailleerd wordt geportretteerd als een playboy pur sang. Ironisch geschreven proza waarop Oscar van den Boogaard een exclusief patent lijkt te hebben. Om het nog niet te hebben over de meest vreemde situaties waarin Elsie terechtkomt: een incestueuze relatie met haar broer, slapen in hetzelfde bed met haar moeder of zich als een onnozele bakvis gedragen in het gezelschap van prins Bernhard.

Na een stilte van vijf jaar heeft Oscar van den Boogaard nu een kasteelroman vol vinnige dialogen en originele cliffhangers afgeleverd. Een boek dat leest als een feuilleton, maar waarvan de meeste personages helaas onvoldoende zijn uitgewerkt.