Oscar van den Boogaard, 'De tedere onverschilligen'

'De tedere onverschilligen' start wondermooi met een coverfoto van Vitali (een hagelwit strand verdwijnt bruusk in een azuurblauwe zee) en onverschillig met een leidraad van Camus: 'Maar om gelukkig te zijn, moet men zich niet te veel met de anderen bezighouden.' 

Oscar Van den Boogaard beseft dat er niet zo eenvoudig naar Camus' wijsheid te leven valt. Schijnbaar onverschillig opent de ik-figuur immers het verhaal met de mededeling dat hij door de directie van de school ontslagen werd omdat hij een verhouding zou hebben met een leerlinge.  Schijnbaar onverschillig, want geluk in de zin van Camus heeft de man nog niet gevonden. 

Van den Boogaard schetst een vreemde wereld waar niemand echt zin heeft zich kwaad te maken of op te jagen. De vrouw van de voormalige leerkracht bijvoorbeeld reageert alleen maar wat teleurgesteld op de reden van zijn ontslag. Echt kwaad wordt ze niet, ze vertrekt gewoon.

Doelloos en afwezig trekt de ik-figuur door de dagen en langs de mensen. Gestripte zinnen vult de auteur op met banaliteiten die de weg naar emoties vooralsnog barricaderen. Een masseur op het einde van dat eerste deel verwoordt het zo: 'Het lijkt wel of je lichaam op slot zit'. Op die manier schrijven vergt vakmanschap. Toch waren we ronduit tevreden toen de hoofdpersoon het kille Den Haag omruilde voor het broeierige Napels.

Nochtans heeft de man aanvankelijk ook daar alle moeite om de apathie van zich los te weken. Hij moet eerst overvallen worden en Dario, een octopusvisser, ontmoeten eer het de goede kant wil opgaan. Maar dan gaat het snel. Samen met Dario verkent hij de Golf van Napels, leert hij op octopussen vissen en laat hij zich bruin bakken op het strand.  Dat levert zinnen op die we in deel één niet voor mogelijk hadden gehouden, zoals 'Ik heb het gevoel naar de eerste echte mens te kijken.' 

Misschien, zegt u, zet van den Boogaard iets te overtuigend de helende werking van de Italiaanse Rivieira in de verf. Wij vonden 'De tedere onverschilligen' alvast een stuk overtuigender dan een Jetair-catalogus. Niet in het minst omdat van den Boogaard het lapt om in Napels alsnog Camus' licht controversiële uitspraak te illustreren.