Onno Blom (red.), 'De kuren van Komrij'

Polemisch geschut van een scherpe geest

Ooit was Gerrit Komrij (1944-2012) de meest gevreesde criticus van zijn tijd. Zijn vileine stukken en aanvallen op dichters, tv-gezichten en schrijvers zorgden indertijd voor heel wat beroering in Nederland. Hoe veelzijdig hij als schrijver was blijkt uit 'De kuren van Komrij'. Een verzameling van zijn beste polemieken en maatschappijkritieken.

Hoe Komrij met zijn lijzige stem vrolijk spottend zijn met panache gelardeerde volzinnen tot leven bracht, geen enkele performer of cabaretier kon het hem beter nadoen. Hoe en wat hij schreef - poëzie, romans, columns, kritieken en toneelstukken - het maakte van hem een literaire duizendpoot. Een unicum in de Nederlands letteren. Een schrijver die zijn pen soms liever in vitriool dan in een inktpot doopte. Iemand wiens geschriften je met de grootste aandacht las, al was het maar om die ene belangrijke nuance in een tekst niet over het hoofd te zien.

Nu Magere Hein hem het eeuwig zwijgen heeft opgelegd is biograaf en literair criticus Onno Blom (1969) gaan harken in de bloeiende taaltuinen van Komrij. Het resultaat is alvast verbluffend: een frisse verzameling teksten van een dwarsdenker en misantroop, die ondanks zijn vlijmscherpe en krassende pen, uiteindelijk de medemens tegen de borst drukte.

Over schrijven had hij bijvoorbeeld een heldere en eenvoudige filosofie waartegen weinig valt in te brengen.

'Schrijven brengt leed, fysiek leed met zich mee: je zet de klep van een stoomketel op een kier, en blaast een beetje af. Maar wat ontsnapt moet de juiste samenstelling hebben. Het moet schokken, bijten, stinken. Ook lachgas mag. Maar het mag niet slaapverwekkend zijn, je mag er nooit bij omvallen.'

Het is zeer de vraag of Harry Mulisch, van wie hij geen te hoge pet opheeft, aan dit alles beantwoordt. Hij dicht hem al monkelend eeuwigheidswaarde toe, om hem ten slotte genadeloos aan zijn rapier te rijgen.

'Zo'n grootheidswaan is inderdaad vermakelijk; een beetje jammer, nogmaals, dat Mulisch geen gevoel voor humor heeft, maar ongewild werkt hij uitermate vermakelijk.(...) Als de eerste bazuinen opklinken voor het Laatste Oordeel, zal een Mulisch nog snel de kans zien een kam door zijn haar te halen.'

Geen onderwerp of thema is hem te min of hij houdt het vrijwel altijd op een ironische maar daarom niet minder kritische manier tegen het licht. Zijn vroegere tv-kritieken die hij bundelde in 'Horen, zien en zwijgen' zijn zo vermakelijk gebleven dat je tijdens het lezen ervan nog altijd in een deuk ligt van het lachen. Eenmaal het fileren van bekende tv-gezichten erop zit moet uiteindelijk ook het medium televisie eraan geloven.

'Het kan naar de schroothoop van de mislukte uitvindingen worden verwezen. Het speelgoed is in handen van geestelijke kleuters gevallen en ze hebben het gemold.'

In 'Vrouwen en porno' moeten radicale feministes het ontgelden. Hun naïviteit heeft, waar het om porno gaat, volgens hem iets van zelfdestructie, om tot het besluit te komen dat porno door mensen wordt gemaakt en niet de mensen door de porno.

Wat hij ook schreef - zijn romans, poëzie en toneelstukken buiten beschouwing gelaten - nooit zat hij om de waarheid verlegen, waarbij hij weleens opmerkte dat wie zich beklaagt over het spelen op de man en niet op de bal een slappeling is. Alleen al om die reden verdient de satiricus en polemist Gerrit Komrij - wiens romans en poëzie een zoveelste herdruk verdienen - onder de aandacht te blijven. Het zorgt ervoor dat hij als Don Quichot van de pen een beetje onsterfelijk blijft.

 

Details Non-fictie
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2020
Aantal pagina's:
299