Ocean Vuong, 'Op Aarde Schitteren We Even'

de (on)macht van taal

De Vietnamees-Amerikaanse schrijver Ocean Vuong levert een wonderbaarlijk mooi debuut af, vermomd als een brief aan zijn ongeletterde moeder, een nagelstyliste in Vietnam. 'Op Aarde Schitteren We Even' blijkt een aandoenlijke familiekroniek waarin onder meer de lijfelijke ervaring, de lokroep naar eigen identiteit en onafhankelijkheid en de ontdekking van de liefde op een hoogst wonderlijke manier in prachtige volzinnen beschreven worden.

Vuong maakte eerder al naam en enige faam als dichter/essayist, en dat laat zich ook in deze fascinerende debuutroman voelen. Met poëtische observatie en zin voor taal, brengt de dertigjarige Vuong hier het niet altijd lineair lopende verhaal van Hondje. Die bijzondere naamgeving geeft meteen al een indicatie hoe taal als (on)vermogen tot communicatie net als een meerlagige, breed vertakte identiteit het wonderlijke raamwerk van deze roman vormt.

Zo plaatst hij zijn familiekroniek tegen de achtergrond van de horror en verschrikkingen van de Vietnamoorlog ("Wanneer eindigt de oorlog?"). Hondjes' innerlijke verscheurdheid is nooit minder dan pakkend. Zo voel je hoe hij aan flarden geschoten herinneringen tracht op te halen, in het besef dat ook zijn geheugen feilbaar en gevoelig voor interpretatie is. De rampzalige Vietnamoorlog heeft lelijk huisgehouden en blijkt een wonde die nooit volledig geheeld geraakt.

Vuong plaatst, wisselend in tijd en plaats (Vietnam/Verenigde Staten), de ontwapenend mooie poging centraal om een dialoog tussen Hondje en zijn ongeletterde moeder op te zetten. De complexe band tussen hen komt bijvoorbeeld tot uiting in Hondjes' twijfelende vraag of zijn moeder nu een monster of moeder is, of beide. Om wat later in een van de talrijke, van emotie doordrongen passages ook de aanwezigheid van schuldgevoelens te erkennen ("ik weet niet of je gelukkig bent, ik heb het je nooit gevraagd").

En dan duikt een zacht ontluikende liefde op in de vorm van de jonge, met drugs en homoseksualiteit worstelende Trevor. Vuong weet de soms onderhuidse, soms ronduit rauwe en ongetemde seksuele spanning knap te beschrijven, onder meer via het beeld van twee komma's die geen tussenzin meer verdragen. Twee lichamen van wie de seksuele aantrekking, de wilde, chaotische en ongeremde begeerte afspat. Twee zielen op de dool van het leven. Tot ze samen een punt vormen. En héél even maar op hun allerbriljantst schitteren.

Vuong werkt erg fraai toe naar een moment waar harde, confronterende waarheden over leven en liefde opduiken. Een onvergetelijke passage. Diezelfde onvergetelijkheid geldt voor deze hartveroverende debuutroman zélf, die soms geschreven lijkt met de stem van een wankel en fragiel dier, maar evenzeer met een poëtische zelfzekerheid die aan het ronduit fantastische grenst. Het resultaat is een over de volle lengte overtuigende roman, vergeven van delicate precisie, zinnelijke sensualiteit en traanvochtopwekkende kwetsbaarheid.

Details Fictie
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
240