Nicola Gardini, 'Leve het Latijn'

Hoe levendig is het Latijn?

Wat heb je vandaag de dag aan het Latijn? Is dat niet een overbodige en nutteloze taal? Het zijn twee vragen die maar al te vaak worden gesteld. Nicola Gardini (1965), schrijver van fictie en non-fictie en Oxford-docent, toont in 'Leve het Latijn: geschiedenis en schoonheid van een nutteloze taal' uitvoerig de zeggingskracht aan van een zogenaamd dode taal.

Als jongetje voelt Gardini zich al aangetrokken tot het Latijn, al was het maar omdat het in zijn verbeelding een ruimte creëert waarin hij gelukkig kan leven. Uitgerekend in 1977, het jaar waarin hij naar de middelbare school gaat, wordt het als verplicht schoolvak afgeschaft.

Zijn liefde ervoor is evenwel zo groot dat hij de taal, door passie en toewijding, in zijn eentje studeert. En nu zo veel jaren later heeft hij er een interessant boek over gepubliceerd waarin alle mogelijke aspecten van deze aloude taal uitvoerig en helder worden belicht.

Op zoek naar de bron van het Latijn verwijst de auteur naar 'Aeneis' van Vergilius die erop wees dat de Trojanen zich na hun overwinning mengden met de lokale inwoners, Italiërs, van de nieuwe stad Rome die hun eigen taal wisten te behouden. Het was met andere woorden de taal van een kleine gemeenschap, die op het hoogtepunt van het Romeinse rijk, onder keizer Trajanus een wereldtaal werd.

Voor een goed begrip: Gardini laat niet na erop te wijzen dat het Latijn dat op school wordt onderwezen het resultaat is van reconstructies die gebaseerd zijn op overgebleven geschriften, speculaties en vermoedens. Hij bedoelt: wie Latijn studeert krijgt, ondanks een eeuwenoude variatie in stijl, te maken met een kunstmatige en uniforme taal.

De hoogste vader van het Latijn is volgens Cicero: 'Het Latijn van Cicero is een Latijn dat zichzelf analyseert en beschrijft; het presenteert zich als het resultaat van voortdurende en systematische studie, als vormgeving en het kent geen grenzen.'

Staat de bekende redenaar symbool voor het volmaakt denken, dan voeren de zinnen van Seneca je naar een positief denken: 'Want we vergissen ons door te denken dat de dood in de toekomst ligt: ze ligt juist grotendeels in het verleden; alle jaren die achter ons liggen, behoren al tot de dood.'

Wie op school ooit fragmenten uit 'De bello Gallico' van Julius Caesar heeft moeten vertalen, heeft er hoogstwaarschijnlijk nooit bij stilgestaan dat de veroveraar van Gallië vooral de genialiteit van deze taal tot uitdrukking heeft gebracht. Hij wordt, volgens Gardini, ten onrechte als een makkelijk auteur weggezet.

'Leve het Latijn' is geen saaie grammaticale taalkundige studie, wel veeleer een vlot leesbaar boek - uit het Italiaans vertaald door Emilia Menkveld - bestemd voor iedereen die meer wil vernemen over een taal die ooit een wereldtaal was. Voor wie het gelezen heeft, hebben de Latijnse oneliners van Bart De Wever geen geheimen meer.

Details Non-fictie
Uitgeverij: Wereldbibliotheek
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
255