Nan Shepherd, 'De Levende Berg'

'Ik kan het einde van de aarde zien en tot heel hoog in de hemel', zo stelt de Schotse romanschrijfster en dichteres Anna 'Nan' Shepherd in 'De Levende Berg' (de Nederlandse vertaling van 'The Living Mountain' door Pauline Slot). Shepherd was docente Engelse literatuur, maar met zekere regelmaat trok ze het onherbergzame Schotse berglandschap in - meer bepaald de Cairngorm Mountains, waarbij ze haar poëtische observaties en reflecties aan het papier toevertrouwde.

Het verhaal is behoorlijk intrigerend: opgetekend ergens in de woelige periode na WO II, maar pas veel later door een toevallige speling van het lot verschenen. En dan nog vooral doordat Shepherd alsnog het advies van de Schotse romanschrijver Neil Gunn opvolgde, die haar met het oog op publicatie van opmerkingen en feedback voorzag.

Het is Shepherd niet zozeer te doen om de top te bereiken of om het barre, complexe landschap volledig te doorgronden, al wil ze dat natuurlijk wel. Haar primaire doel ligt vooral in een beter begrip van de verhouding tussen mens en natuur. Zo stelt ze duidelijk dat net zoals het natuurlandschap zich niet zomaar prijsgeeft, dit met mensen in zekere zin ook het geval is. Mens en natuur zijn continu in dialoog met elkaar, al ligt die niet altijd voor de hand en vinden er zowel bij de mens als natuur vrijwel continu allerhande transformaties plaats.

Daarnaast spreekt uit dit wonderlijke boek, voorzien van een inleiding door Robert McFarlane en een nawoord van Jeannette Winterson, een grote voorliefde voor zowel natuur als mens. Bovendien slaagt Shepherd erin om haar grote passie voor het ongekende en avontuurlijke op de lezer over te dragen. Zo weet Shepherd de lezer vrijwel probleemloos mee te slepen in een ontdekkingstocht waarbij alle zintuigen overdonderd worden. Soms is het de aandoenlijke stilte die doorheen de regels zachtjes zijn sporen nalaat. Dan weer weet Shepherd via kleine, intrigerende feiten en ervaringen (de impact van wind, de vorming van wolken of de trage, maar zekere loop van water) de lezer vaak anders naar mens, natuur en leven te laten kijken.

Via de woorden van Shepherd, ontdek je hoe het schijnbaar onveranderlijke, harde massief van graniet zowel over delicate schoonheid als verbazingwekkende esthetische kwaliteiten kan beschikken, maar evengoed blijkt het plateau een nietsontziende oerkracht die de nietigheid en de immense onmacht van de mens onderstreept. Het landschap is immers niet zonder gevaren, en heeft door de jaren heen al verschillende mensenlevens gekost.

Toch beschouwt Shepherd de Cairngorm Mountains vooral als een vriend die maar door er jarenlang doelloos in rond te dwalen iets van zijn vele geheimen prijsgeeft. Verdieping die maar pas met het verstrijken der tijd en ronddwalen mogelijk is, en die gelukkig zijn weg naar het papier gevonden heeft.

De rijkdom van dit boek is niet enkel terug te brengen tot de bijzondere taal van Shepherd, of het goed gedoseerde evenwicht tussen het gevoelsmatig en het intellectuele, maar is misschien vooral te vinden in de weelde aan (filosofisch geïnspireerde) ideeën over de verhouding tussen mens en natuur en hoe die van fundamentele invloed is op het leven zelf. Het boek wordt terecht met superlatieven overladen en geroemd als een van de beste boeken over natuur en landschap in Groot Brittanië. Aanbevolen leesvoer.

 

Details Non-fictie
Jaar:
2020
Aantal pagina's:
176