Michael Krüger, ‘Voor het onweer’

Op het tempo van de tijdloosheid de werkelijkheid bezien

Hij speelt als directeur van een van ’s lands meest vooraanstaande uitgeverijen (Hanser) en redacteur van het tijdschrift Akzente (niet Aspekte, zoals verkeerdelijk aangehaald in de inleiding) een actieve rol in de Duitse literaire wereld, en tegelijk vindt Michael Krüger nog de tijd om zelf met grote regelmaat romans en gedichten te schrijven. In de Lage Landen maakte men daar al gewag van dankzij Cees Nooteboom, een kennis van Krüger en tevens vertaler van diens werk. Het in 1990 verschenen ‘Idyllen, illussies’ en dertien jaar later ook ‘Rooksignalen’ gaven alvast enig inzicht in het genie van deze vooralsnog relatief onbemind gebleven auteur. ‘Voor het onweer’, een nieuwe bundeling met een selectie uit zeven van Krügers publicaties, richt nu opnieuw de schijnwerpers op een figuur die nog altijd onterecht in de marge verblijft.

De bundel ‘Idyllen, illussies’ verscheen als afzonderlijk boek, en is hier opnieuw integraal opgenomen. Critici kunnen het zich beklagen dat in de latere poëzie, die misschien een meer rijpe stem laat horen, ferm gesnoeid is, terwijl de kiem van Krügers dichterschap integraal aanwezig is. Toch gaat het te ver deze gedichten een mineur kwaliteitslabel op te kleven. Inderdaad zijn ze geschreven in een wat geconstrueerde, gezocht bedachtzame toon, maar de observaties zijn er niet minder ontroerend om. Krüger introduceert hier zijn fascinatie voor de natuurbeleving, het ankerpunt van waaruit hij, ook later, een abstract gegeven als de existentie percipieert. Uit de beschouwing van het natuurlijke komen hersenspinsels voort over de staat van de dingen, hoewel de dichter het ook bij aangrijpende observaties durft laten. Pamflettair verkondigen van het eigen talent of de verworven inzichten is er overigens nooit bij. Hoewel Krüger al aardig op leeftijd is (de man wordt volgend jaar zeventig), laten zijn schrijfsels niet vermoeden dat het hier gaat om iemand die de waarheid in een zoetgevooisd vocabularium tracht te verkopen.

Dat ‘Idyllen, illusies’ een dankbare toevoeging is aan deze bundel, staat dus buiten kijf. Wel waar is dat uit het latere werk wat meer had mogen geselecteerd worden, hoewel het niet eenvoudig is zicht te krijgen op de mate waarin of de criteria volgens dewelke Nooteboom geschift heeft. Uit ‘Brief naar huis’ spreekt de stem van een meer prozaïsch dichter, waarin de melancholie uit ‘Idyllen und Illusionen’ minstens even prominent aanwezig blijft. De volgende vier bundels laten dan weer andere stemmen horen, hoewel ook hier leidmotieven aanwezig zijn. Zo blijft de natuur onderwerp van bespiegeling, of bijt Krüger zich graag vast in wat het verlangen betekent naar thuis (een huis? heimwee?). Letterlijk overbrugt de serie ‘Het verhaal van …’ een brug van elf jaar: over meerdere bundels heen fantaseert de dichter van op afstand over de poëtische implicaties van het beroep postbode, suppoost, vertaler, en andere. Tot slot komt de lezer terecht bij ‘Ins Reine’ uit 2010, waarvan helaas slechts 2 gedichten werden opgenomen.

De bundeling in zijn geheel weekt veel gevoelens los bij de lezer, waaronder het verlangen om deze dichter integraal in het Nederlands te ontdekken. Met alle bedachtzaamheid in ‘Voor het onweer’ is men echter een tijdje zoet, hoewel een ‘Verzameld werk’ er best mag komen. Wie niet al te maximalistisch is, zal met dit kleinood echter stilletjes in een holletje kruipen om er veel later gelouterd terug uit te komen. Met een meer toepasselijke titel dan ‘In het reine’ had deze parel dan ook niet kunnen afsluiten.

Details Poëzie
Vertaling: Cees Nooteboom
Uitgeverij: De Bezig Bij
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
192