Max Porter, ‘Verdriet is het ding met veren’

Moederloze kindertjes zijn helemaal kraai

Anno 2016 zijn Ted Hughes en Sylvia Plath weer helemaal in. Dat het verhaal van dit dichtersduo tot de verbeelding blijft spreken, is niet vreemd: passie, jaloezie, overspel en de dood zetten de toon. Connie Palmen sleepte de Libris Literatuurprijs in de wacht met ‘Jij zegt het’, een fictief verslag van het dichtershuwelijk uit Hughes’ perspectief. En voor al diegenen ‘die het gespit naar Ted & Sylvia beu zijn’ geeft Max Porter een stem aan een van de centrale figuren uit Hughes’ oeuvre: Crow, oftewel Kraai. ‘De God-verslindende, vuilnislikkende, woord-vermoordende, karkas-ontheiligende, stokjesstorm-ontketenende klootzak enzovoorts.’ 

In ‘Verdriet is het ding met veren’ blijven twee jongens en hun vader achter na de plotselinge dood van hun moeder en vrouw. Net zoals Ted Hughes na de zelfmoord van Plath. Maar ook net zoals Max Porter, die als zesjarige geconfronteerd werd met de dood van zijn vader. Vanuit die ervaringen en zijn voorliefde voor de Engelse dichter ontstond een eigenzinnige en poëtische novelle over rouw. 

Op een avond of ‘Once upon a midnight dreary’ – Poe’s ‘The Raven’ is nooit veraf – krijgt  de Londense familie bezoek van Kraai. Hij is de stem van het verdriet in al haar facetten. Chaos, woede, onbegrip, maar ook tederheid en een sprankeltje levenslust. ‘Ik ga pas weer weg als je me niet meer nodig hebt,’ kondigt hij aan, met de gebroken vader onder zijn zwarte vleugels geklemd.

Kraai ontpopt zich als trooster en kwelgeest, verhaaltjesverteller en waanbeeld. De jaren sijpelen weg, jongens worden mannen. En weer kinderen. De tijdssprongen geven hun woorden extra reliëf. Het kinderlijke verzet wordt tastbaar in broze anekdotes: ‘daarna gooide hij een autootje naar zijn vaders ingelijste Coltrane-poster. Het glas brak. Hij voelde zich beter. De vader veegde plichtsgetrouw de scherven bij elkaar en begreep.’ De dierbare herinnering volgt. Ook de vader heeft een eigen timbre. Liefdevolle elegieën en praktische beslommeringen vermengen zich in zijn hoofdstukken.

Porter laat Kraai, de vader en de jongens, die één stem delen, afwisselend aan het woord komen. Ze hebben elk hun idioom, dat zich niet in een mal laat murwen. De taal wil geen proza zijn, maar ook geen poëzie. Ze baant zich een eigen weg, bulkend van literaire referenties, balsemende alliteraties en rake neologismen. Kraais entree: ‘waar die katoenen knulletjes stilletjes lagen te slapen […]. dooie moeder waar je maar keek […]. Ik eskimokuste hem. Ik vlinderkuste hem. Ik fliederfladder-winterkoninkjekuste hem.’ Hoogdravend denk je? Geen zorgen. Kraai zorgt voor relativering: ‘Getver, je klinkt als een koelkastmagneet.’

‘Verdriet is het ding met veren’ is een uitzonderlijk debuut. Het is een dun boekje waar je geen vat op krijgt. Irrationeel soms. Vaak pijnlijk ontroerend. Zo nu en dan ook lichtvoetig. Kraais woordenvloed walst over je heen. De woorden ontglippen en omarmen je; de stem van de rede en van het rauwe instinct raken verstrengeld. Virtuoos en nooit sentimenteel. Met voorzichtige bespiegelingen, verrassende symboliek en dito taal kneedt Porter een fragiel stukje verdriet, dat bij elke lezing een nieuwe glans krijgt.

Details Fictie
Porter verdriet is het ding met veren
Originele titel:
Grief is the Thing with Feathers
Auteur: Max Porter
Vertaler: Saskia van der Lingen
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
122