Mauri Kunnas, 'The Beatles, de begindagen'

De beste Beatles tot nu toe

Paul McCartney ziet eruit als een vrouw en het lettertype is gatlelijk.

Tot zover onze eerste indruk van 'The Beatles, de begindagen'. Op de cover van de strip staan de vier Beatles getekend. De gelijkenis met de echte heren is treffend, behalve die met Paul, die eruit ziet als een meisje. Dit is zo verwarrend dat we aanvankelijk dachten een alternatieve geschiedschrijving in handen te hebben. Een geheel fictief verhaal, gebaseerd op de echte Fab Four, maar met McCartney als een vrouw. Het had gekund. Als Tarantino de Tweede Wereldoorlog mag herschrijven, dan is een andere interpretatie van het Beatles-verhaal zeker niet uitgesloten. Maar niet dus. Tekenaar-scenarist Mauri Kunnas heeft McCartney gewoon getekend met ultra-fijne wenkbrauwen en rozenroze lipjes. Wellicht toch een eigen interpretatie van de zanger, maar zeker niet meer.

Deze strip is namelijk bijzonder accuraat. Zoals de titel aangeeft, wordt er op de beginjaren van 's wereld bekendste band gefocust. Het begint bij de geboorte van de eerste Beatle: Ringo Starr. Dan volgt John Lennon: waar hij opgroeide, zijn moeder en tante, de nachtmerries en avonturen uit zijn jeugd, hoe hij Paul tegenkomt, George Harrison ... En zo verder. Netjes tot in 1962, het jaar van de grote doorbraak.

Een mooi overzicht dus, inderdaad, maar wat een overzicht! Op dit – op zoveel goeds - waren we niet voorbereid. De laatste jaren zijn we doodgeslagen met Beatles-gerelateerde strips – als 'Baby's in Black' en 'Epstein' - en telkens werden we lichtelijk teleurgesteld. Mooie boekjes, dat wel, maar nogal koud. Zonder veel opwinding, zonder rock'n'roll. Net datgene waar dit in uitblinkt. Niet in het minst dankzij de eigenzinnige tekenstijl.

Kunnas tekent als een cartoon. Als Luc Cromheecke van 'Tom Carbon' maar dan echter. Als 'Snoopy', maar wilder. Het ziet er aanvankelijk vreemd uit, zeker niet de stijl die je verwacht, maar binnen de seconde ben je overtuigd. Dit werkt, dit swingt, boogiewoogiet en rockt. Het vuil op de Reeperbahn – de achterbuurt in Hamburg waar The Bealtes zichzelf ontdekten – zag er nooit zo betoverend uit. Het zweet in de Cavern-club was nooit zo opwindend. Is het bizar of logisch dat net deze losse stijl het losgeslagen leven van een stel post-pubers/pre-rockgoden het beste in beeld brengt?

Bovendien is het allemaal zo grappig. Het volledige verhaal wordt verteld – met de nodige aandacht voor minder bekende want uit de band gestapte leden van the Beatles. Werkelijk alles komt aan bod – mooi gedoseerd, niemand wordt vergeten – maar nooit leest het als een opsomming. De grote stukken tekst worden steevast met de nodige ironie verteld. De woorden hebben dezelfde energieke stijl als de tekeningen. Zelden zagen we beeld en tekst beter bij elkaar passen.

Een strip dus die er boven uitsteekt. Boven de andere Beatles-verhalen, zoveel is zeker. Het lettertype zal voor altijd zo lelijk blijven als bij de eerste indruk. Maar dat wordt vergeven. Ook zal Paul vanaf nu altijd iets vrouwelijk hebben. We hebben het er vroeger nooit in gezien maar Mauri Kunnas heeft kunnen overtuigen. Zijn Beatles-verhaal is vanaf nu waar we in geloven. Met plezier.