Martin Michael Driessen, ‘Rivieren’

Het leven een stroom, de stroom een leven

'Rivieren' was een van de literaire revelaties van de voorbije maanden. Dankzij de bekroning met de ECI Literatuurprijs heeft de titel moeiteloos zijn weg naar het grote publiek gevonden. De jury had het over een boek van ‘een ingetogen grootheid’ en ‘een weldadige tijdloosheid’. Het is het stilistisch register dat deze ingetogenheid en tijdloosheid uitademt, net als de epische manier waarop auteur Martin Michael Driessen de drie verhalen doet uitmonden in een haast mythische finale.

Zijn ingetogen en mythisch niet elkaars antipode? Niet als Driessen de pen voert. Vanuit een doorvoelde, authentieke menselijkheid kabbelen zijn woorden drie keer op rij naar een overstijgend slot, telkens een momentopname waarin de stroom van de respectievelijke verhalen als het ware komt te bevriezen. Het is alsof de vertelsels naar deze ene afbeelding toewerken, kortom alsof de monding van de verhalen een uitgekristalliseerd tableau is - uiteraard opgetrokken uit de economische en tegelijk zintuigelijke taal waar de schrijver een patent op heeft.

In het eerste verhaal kruipt de lezer op schoot bij een acteur op de retour. Zijn retraite, een paar dagen weg van de tirannie van zijn kwalijke routines, wordt een afdaling in het personage Macbeth - hetzelfde stuk waarin de protagonist binnenkort een kleinere rol zal vertolken. De noodlottige afloop dient zich vanaf de eerste dreigende regels trouwens onvermijdelijk aan.

Doorheen het langste verhaal maakt de lezer kennis met een jongen wiens wasdom gepaard gaat met een verkenning van het gebied voorbij de horizon. Tegen de achtergrond van een wereld die zich in de waanzin van oorlog en industrialisatie stort, bevaart het hoofdpersonage de grootste waterwegen van zijn continent, op de loop voor zichzelf en voor al wie hem aan zijn seksualiteit herinnert. Het is een langgerekte vlucht, die hem niettemin in de armen drijft van hetgeen hij het diepst begeert.

Het laatste verhaal is ten slotte een quasi Bijbelse parabel over afgunst en kleinmenselijke volharding. Hoe oceaanbreed ook de haat en het met de paplepel ingegeven wantrouwen jegens de ander, het is een eeuwenoude, bijna religieuze notie van humanisme die verder leven mogelijk maakt.

Drie keer dompelt Driessen zijn lezers onder in verhalen die behalve hun aanraken van essentieel menselijke karakteristieken een decor van water gemeen hebben. Hoe dat water schoon schip maakt, onbarmhartig meesleurt, metafoor staat voor het vervloeien van de tijd, het oppervlak van de verborgen diepte scheidt, een natuurlijke grens betekent, enzovoort: het zijn ideeën die Driessen losweekt, alleen door deze vertellingen als bundel te presenteren.

Precies het gegeven dat de schrijver geen kunstmatige rode draad probeert te spinnen of verbanden tracht op te dringen, speelt in het voordeel van de leeservaring. Het publiek treedt immers binnen in drie autonome universa, waarin keer op keer een hele geschiedenis met slechts een handvol zinnen wordt gesuggereerd. Psychologie, historiek, subtekst en uiteraard handeling: Driessen verweeft het allemaal virtuoos in de plotgedreven teneur van de verhalen. Gevolg is een vanzelfsprekende verteltrant, waaruit behalve een grote talige gevoeligheid ook een prikkelend intellect spreekt.

Driessen wendt de taal zodanig aan dat ze, gevrijwaard van pronkerig etaleren, toch luisterrijk, erudiet en - zoals de jury van de ECI Literatuurprijs met recht en reden aangaf - tijdloos aandoet. 'Rivieren' is een zeldzaam geschenk; een boek immuun voor de tijd, hoewel het zich subtiel in de Europese geschiedenis verankert.

Details Fictie
Het leven een stroom, de stroom een leven
Copyright foto: Bob Bronshoff
Uitgeverij: Uitgeverij Van Oorschot
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
144