Martialis, 'De waanzin van Rome'

Wie kent zijn klassiekers nog?

Van de klassieke oudheid een beeld vormen, is moeilijk. Steeds weer roept men van weelde, pracht en praal, maar de overgeleverde ruïnes verkeren in verloederde toestand. Zelfs de meest fantastische ziel kan zich hier geen maatschappij bij voorstellen. Voor al wie deze vaagheid ervaart, zijn er de poëtische epigrammen van Martialis.

‘De waanzin van Rome’ is een integraal werk van Martialis uit de eerste eeuw na Christus. Daarom is het uniek en interessant. In het verleden zijn meerdere bloemlezingen samengesteld uit het oeuvre van Martialis, maar deze lieten de ‘minder interessante’ en ‘vunzige’ epigrammen graag achterwege.                   

Als zeer nederig dichter schrijft Martialis over zichzelf: 'Hier is hij dan - u leest hem, vraagt naar hem: de wereldwijd vermaarde Martialis met zijn spitse epigrammenboekjes!'. En reclame maken voor zichzelf, dat zou hij niet durven: 'Je wilt mijn boekjes bij je hebben, overal? Je zoekt gezelschap voor een lange reis? Dan koop ze!'. De klassieke oudheid als bakermat van onze Westerse kuisheidsmoraal: 'Met open deur en onbekommerd, Lesbia, bedrijf jij ontucht: alles is te zien. En kijkers heb je liever nog dan minnaars ... Pretjes die verborgen blijven vind jij niets. Maar hoertjes weren pottenkijkers met gordijn en grendel, in bordelen zit de boel potdicht. Dus leer dit minstens van die ‘meisjes’: schaam je!'

Martialis schrijft erg scherp en zijn humor is politiek incorrect, maar nooit zonder moraliserend kantje. Zo valt hij met zijn humor meerdere prominenten van zijn tijd rechtstreeks aan. Vergelijk het met W. F. Hermans’ ‘Mandarijnen op zwavelzuur’, maar dan tweeduizend jaar geleden geschreven. Daar zit net de moeilijkheid om van Martialis’ humor te genieten. En een grap uitleggen, maakt het monddood.

Deze publicatie van Damon verdient alle lof. Door integraal een werk uit de oudheid te publiceren, krijgt de lezer te zien hoe publicaties er in de oudheid uitzagen. Zo zien we hoe Martialis bewust omgaat met hoogwaardige puntdichten, afgewisseld met ‘opvulsel’, dat een grote dynamiek geeft die het lezen doet vlotten. Bloemlezingen houden de kwaliteit van gedichten vaak veel te hoog, waardoor het vermoeiend wordt.

Op de vertaling valt er kritiek te geven. Deze publicatie is gemaakt voor een breed publiek, wat op zich uitstekend is. Niettemin is het jammer dat de originele Latijnse tekst niet mee is afgedrukt. Latijn is op sterven na dood - akkoord - maar door de originele tekst niet mee af te drukken, wordt de dode taal in een vertaald keurslijf gewrongen en wordt het onmogelijk om nieuwe interpretaties van de tekst te vormen. Zo lijkt het alsof de vertalers zich verbergen achter een mistige sluier omtrent hun interpretatie van de oorspronkelijke tekst. [Oorspronkelijke tekst is hier gratis te downloaden.]

Niet enkel het ontbreken van de originele tekst is een hekelpunt, ook de progressieve vertaling is op zijn minst opmerkelijk. Zo worden bijvoorbeeld Latijnse namen zomaar vervangen door moderne Nederlandse namen of lijken Nederlandse spellingsregels omtrent ‘te veel’ en ‘teveel’ gestrand te zijn in de oudheid. En dat er in de oudheid überhaupt Frans en Engels werd gesproken, is wel erg frappant.

 

Details Poëzie
Auteur: Marcus Valerius Martialis
Vertaald door: Vincent Hunink
Ingeleid door: Diederik Burgersdijk
Uitgeverij: Damon
Jaar:
2015
Aantal pagina's:
120