Mark Smeets, ‘De triomf van het tekenen’

Onbekend is - onterecht - onbemind

Meestal scheppen we niet zo op over onszelf maar met enige valse bescheidenheid durven we toch beweren dat we iets van strips kennen (allicht zelfs meer dan gezond is voor een mens, durven andersgezinden zich wel eens laten ontvallen in onze nabijheid). Maar Mark Smeets? Nee, die naam zei ons helemaal niks. Dus toen Scratch, de Nederlandse uitgeverij waarvan wij 95% van het gepubliceerde werk vier tot vijf sterren durven toebedelen, niet één maar twee kloeke bundels uitbracht van deze man was onze nieuwsgierigheid gewekt.

Een kleine sneak preview in stripinfoblad Stripgids deed ons nog meer watertanden. Wat we daar zagen, waren prachtige platen in de stijl van Hergé maar met een absurde, rusteloze invulling. Die tekeningen komen nog veel mooier uit in dit stevige boek, dat verder ook een smakelijke biografie van de overleden artiest vertelt en werd samengesteld door Marks broer Luuk, striptekenaar René Windig en grafisch ontwerpers Piet Schreuders en Fake Booij.

Mark Smeets was een fantastisch tekenaar, die in zijn jonge jaren beïnvloed werd door onder meer André Franquin en Hergé, die hem beiden van goede raad voorzagen, undergroundtekenaar R. Crumb, en dan met name toen hij tekende voor het Nederlandse blad Tante Leny Presenteert, en landschapskunstenaars zoals Hercules Seghers en Katsushika Hokusai. Smeets slaagde er in zich die verschillende stijlen volledig eigen te maken. In die zin kan hij zeker vergeleken worden met generatiegenoten Joost Swarte en Ever Meulen: begenadigde tekenaars voor wie Hergé God was en die zelf ook wel eens een strip maakten maar toch vooral bekend werden door hun klare illustratiewerk. Na zijn undergroundwerk tekende Smeets twintig jaar lang voor onder meer NRC Handelsblad.

Het werk in ‘De triomf van het tekenen’ is echter voor een groot deel ongepubliceerd want afkomstig uit Smeets’ schetsboeken. Het zijn losse aanzetten, half afgewerkte stripstroken, schitterende illustraties vol kleine details. Maar hoe prachtig ‘De triomf van het tekenen’ ook is, tegelijk is het een erg frustrerend boek. Hoe kon iemand met zoveel talent de wereld achter zich laten met zoveel losse flodders? Jarenlang wou Smeets een echt stripverhaal tekenen maar het kwam er maar niet van. Strips vereisen namelijk discipline.

“Ik doe het juist zo ingewikkeld mogelijk, sleep er allerlei zaken bij die er niets mee te maken hebben, ongedisciplineerd”, vertelt Smeets in het boek. “Bij dat gebrek aan discipline heb ik me moeten neerleggen; kennelijk hoort dat bij me. Misschien zou met meer discipline mijn werk minder levendig en attractief zijn.” Wat hadden we graag eens een stripverhaal gelezen van de hand van Smeets - en doe dan ineens maar op scenario van een van Hamme, een Zidrou of een Dorison. Maar hadden we dat willen ruilen voor al het prachtige tekenwerk dat Smeets ons wel geschonken heeft? Absoluut niet.

Mark Smeets overleed op amper 57-jarige leeftijd aan leukemie, dezelfde ziekte die zijn grote held Hergé had klein gekregen. Zelf maalde hij er niet al te veel om, tot hij niet meer kon tekenen. “Dat vind ik echt zoiets treffends, hè: de glorie, of ‘de jubel’ geloof ik zelfs - nog gekker -, of ‘de triomf’ van het tekenen! Zoiets heb ik nou ook: het is echt iets geweldigs, vind ik, dat tekenen. Tekenen, dat is mijn dagindeling.” Met dit boek vieren we alsnog de triomf van Smeets’ tekenen. 

Details Strips
Auteur: Mark Smeets
Uitgeverij: Scratch Books
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
360