Marjoleine de Vos, ‘Uitzicht genoeg’

De verrukking van het kleine

Over koken moet niemand haar nog iets leren. Evenmin heeft ze bijscholing nodig als het aankomt op de kunsten, want de vorig jaar 55 geworden Marjoleine de Vos schrijft over kunst (en literatuur in het bijzonder) voor het NRC Handelsblad. Ruim tien jaar geleden verscheen van haar hand een bundel columns onder de titel ‘Nu en altijd: bespiegelingen’ en omstreeks dezelfde periode debuteerde ze bij Van Oorschot met ‘Zeehond graag’. Na ‘Kat van sneeuw’ en ‘Het waait’ is ‘Uitzicht genoeg’ haar vierde bundel: een verzameling gedichten van een levensgenieter, voor wie de onmiddellijke schoonheid van de dingen ten grondslag ligt aan de hele levensvisie die ze hier lijkt te propageren.

"Nu eeuwig niet bestaat, is uitzicht al genoeg", zo klinkt het in ‘Spreeuw’. Deze bundel er inderdaad een van onttoveringen en van het doorprikken van een oninlosbaar ideaalbeeld dat niet tot geluk kan leiden. Het duidelijkst wordt dat in het zesdelige ‘Heimwee naar de toekomst’, waarin de Vos waarschuwt voor fixaties op toekomst of verleden, en voor doelmatig leven. Misschien belerend klinkt de regel "Pas op, / bestemming is een toverwoord, dat achteloos/ vermoordt het ongekende dat je overkomt". Toch komt de Vos er mee weg, en wel omdat ze haar ideeën niet als grote waarheden verpakt. Wanneer ze later schrijft "Elk paradijs is al voorbij, precies daarom / zijn wij er zo gelukkig in geweest" en eerder inkt laat samenvloeien tot de regel "Er is geen weg naar ergens heen er is alleen / de nieuwe dag die komt en van wat was / de trouwe glans" lijkt de lezer bijna als door een prozadicht doorheen bepaalde stukken te moeten laveren. Het besluit van  de bundel, een fictief vervolgstuk aan het Gilgamesj-epos, situeert zich zelfs openlijk in de sfeer van poëzie die men niet hoeft te herlezen om alle geuren en kleuren te proeven die er staan.

De naïeve stijl, met kleine rijmpjes, hakkelende spreektaal of herkenbare verzuchtingen, sterkt de lezer verder in het idee dat ‘Uitzicht genoeg’ geen bundel wil zijn die verkondigt waarvoor tot nog toe geen woorden werden gevonden. Veeleer is het de Vos te doen om de smaak van taal, als wordt poëzie een culinaire ervaring, en om betekenissen die langzaam verglijden. Verschillende van haar teksten hebben een ambigu aroma, maar de basisingesteldheid van de Vos is altijd de terugkeer en het vrede nemen met het heden zoals het zich voordoet. De dichteres heeft het daar overigens allerminst moeilijk mee. Het ‘nu’ is fantastisch: alle schoonheid die een mens verlangen kan, ligt erin besloten, maar wie zich vastpint op datgene buiten het hier en het nu, mist heel wat.

In ‘Heartbreak Hotel’ komt de Vos tot het besluit dat "Ook kleine dingen kunnen ons verrukken". Precies dat geeft het overkoepelende gevoel weer waarin men ‘Uitzicht genoeg’ moet situeren. Pientere vondsten, scherpe observaties en de natuurlijke gave om wat er toe doet op papier te krijgen. Marjoleine de Vos schrijft poëzie die in vervoering brengt, omdat ze er uitlicht wat we allemaal al (zouden kunnen) gevoeld hebben. Anderzijds is dit geen eye-opener van formaat: de kost kent iedereen, de Vos zorgt alleen voor heerlijke kruiden. Omdat verandering van spijs doet eten, raak je op korte tijd aan deze bundel verslingerd. Of dat blijft duren, hangt af van hoe je poëzie percipieert. Waar sommigen het schijnbaar argeloze waar de Vos het over heeft immer zullen verheerlijken, blijft de stoofpot voor anderen niet weken lang smaken. De proef op de som nemen doet echter niemand kwaad.

Details Poëzie
De verrukking van het kleine
Uitgeverij: Van Oorschot B.V.
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
60