Marja Pruis, 'Genoeg nu over mij'

Het betekenissenlaboratorium

Wat vangen we aan met ons cultureel kapitaal? In nogal wat gevallen hanteren we het louter als pasmunt om aan te geven waar we ons bevinden binnen het sociale kader.

Marja Pruis springt actiever om met datzelfde kapitaal, hanteert het als voertuig voor persoonlijke gedachten. Vertrouwde uiteenlopende onderwerpen bevraagt ze opnieuw, terwijl ze zich het recht niet ontzegt om te twijfelen, zichzelf tegen te spreken en mentale hink-stap-sprongen te maken. Ze gaat op zoek naar een soort osmose tussen de door haar beleefde realiteit en de realiteit zoals die zichzelf presenteert in literatuur, film of muziek. De kortsluitingen die dat oplevert is het werkgebied van Pruis.

In het drieluik 'Waarom vrouwen niet grappig zijn' vertrekt ze bijvoorbeeld vanuit haar ervaringen met de romantische komedie 'Bridesmaids' ('Hé', buitelden de media naar aanleiding van de film over elkaar: 'vrouwen zijn wél grappig'.) om uiteindelijk tot volgende glasheldere gedachte te komen:

'Meisjes worden geprezen om hun maagdelijkheid, jongens om hun veroveringen. Meisjes wordt schaamte bijgebracht: close your legs, cover yourself. Dus groeien meisjes op tot vrouwen die officieel geen verlangen kennen, die zich op de vlakte houden. Die niet kunnen zeggen wat ze echt denken, die het doen alsof tot kunst hebben verheven. 'Fifty shades of grey'-lezers, voeg ik er stiekem aan toe. Vrouwen die zich liever laten overweldigen dan dat ze zelf ergens schuldig aan zijn.'

Net doordat ze nergens decreterend uit de hoek komt, maar steeds speels en zwierig formuleert (over Beyoncé: 'ze interesseert me mateloos, maar ook helemaal niet.'), destilleert ze uit vertrouwde fenomenen vreemde essenties. Net door die bedrieglijke lichtheid registreert ze haarfijn de trillingen van deze tijd. Of dat nu over feminisme ('Zoals vroeger de straat werd teruggeëist, is nu het recht op vrouwelijkheid in het geding.') of over de steeds publiekere doodscultus gaat ('Zij die gaan sterven, willen dit laten weten ook.'), steeds houdt ze een slag om de arm. Definitieve uitspraken sluiten immers verder onderzoek uit en zouden de dood betekenen voor het betekenissenlaboratorium dat haar schrijven is ('Ik weet niet wat ik denk zolang ik het niet op schrift heb gezet, misschien besta ik niet zonder dat ik schrijf').

Sommige essaybundels plaats je na het lezen in de boekenkast, waarna je al onmiddellijk uitkijkt naar de herleesbeurt. Dit behoort tot die categorie.

Details Non-fictie
Uitgeverij: Nijgh & Van Ditmar
Jaar:
2017
Aantal pagina's:
277