Marieke Lucas Rijneveld, 'Fantoommerrie'

Dichterlijke groei

Toen Marieke Lucas Rijneveld in 2015 debuteerde met de bundel ‘Kalfsvlies’, was meteen duidelijk dat haar geluid er een was dat niet meteen te vergelijken viel met dat van een van haar collega’s. De bekroning met de C. Buddingh’-prijs voor beste poëziedebuut kwam dan ook niet uit de lucht vallen. Nadien deed ze met ‘De avond is ongemak’ ook haar intrede in de romanwereld en mocht haar werk opnieuw op heel wat superlatieven rekenen. Nu schrijft ze met ‘Fantoommerrie’ een nieuwe dichtbundel op haar conto en bewijst ze eens te meer haar talent.

Een belangrijk deel van de thema’s die daarin steeds weer naar boven komen drijven, zijn verlies, gender, angst, liefde of het gebrek daaraan… en worden stuk voor stuk bezongen in Rijnevelds dwingende poëzie. Met bijwijlen erg rake beelden of verwoordingen weet ze haar lezer mee te voeren naar haar geheel unieke universum waarin vaders zich ook wel eens blijken te schamen, wespen enkel verjaagd mogen worden met specifieke lectuur en Disney-truien die, tot de dichters verbazing, niet meegroeien. Het is een wereld die vreemd aandoet, maar evenzeer erg herkenbaar is.

Toch is het vooral de dwingende vorm van Rijnevelds gedichten die opvalt. Als lezer kan je niet anders dan mee te gaan in de cadans die de dichter met enjambementen en andere stijlfiguren oplegt. De regels en zinnen lijken op en neer te gaan als in een achtbaan en heel vaak wringt het langs alle kanten, maar even goed vallen de vormelijke en inhoudelijke puzzelstukjes mooi samen. Zeker als je Rijneveld ooit zelf hoorde voordragen, is het bijna onmogelijk haar wat monotone en lijzige stem niet in gedachten mee te horen lezen. Om maar te zeggen hoezeer haar poëzie háár poëzie is.

Wij konden vaak alleen maar stil worden van al dat moois op die bladzijden. En omdat de drang om dat te delen zo sterk is, ondanks de wetenschap dat een fragment het geheel nooit de nodige eer zal kunnen aandoen, kunnen we niet anders dan eindigen met een voorbeeld, zoals die laatste regels van ‘Alles waar ik spijt van had’: 'het veelvuldig mezelf tot held denken gaan beperken, want wie eeuwig de held is kan zich geen God permitteren, krantenartikelen lezen en één keer in de/ week wenen om iemand anders dan om mezelf, en nooit vergeten dat als het water me tot aan de lippen stijgt, ik alleen nog maar hoef te zwemmen.'

Details Poëzie
Auteur: Marieke Lucas Rijneveld
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
64