Marianne Dubuc, 'Ik ben je mama niet'

Eekhoorn Otto is niemands moeder

Het werk van de Canadese auteur en illustratrice Marianne Dubuc vindt in onze contreien steeds meer weerklank. Geheel terecht overigens, want haar prentenboeken zijn zowel inhoudelijk als visueel sterk uitgewerkt. In ‘Ik ben je mama niet’ staat de ongewone kennismaking tussen twee ogenschijnlijke antipoden centraal.

Vanaf de eerste bladzijden belicht Dubuc het geordende, huislijke bestaan van Otto de eekhoorn, hoog in de boomkruin. Dat zowat rimpelloze leventje wordt bruusk verstoord door een deviant voorwerp, ‘een groene bol met stekels erop’, dat nog het meest op een onrijpe kastanje lijkt. Wanneer er een harig wit wezentje uit tevoorschijn komt, probeert Otto zich met een smoes van de ‘kleine hummel’ te ontdoen. Al snel laat hij zich vermurwen om het wezentje toch één nachtje onderdak te bieden. Pioe, zoals het schepseltje genoemd wordt, lijkt nog het meest op een miniatuurversie van de verschrikkelijke sneeuwman. Dubuc geeft hem een ontwapenende expressie mee, waarmee de hummel niet enkel de lezer, maar ook Otto gaandeweg weet in te palmen. Voor de vorm gaat de ijverige eekhoorn nog naar Otto's moeder op zoek, maar de illustraties tonen een andere kant van hun groeiende toenadering. Otto ontpopt zich als een bezorgde vader die Pioe nootjes voor het slapengaan voert en hem waarschuwt voor de adelaar. Omgekeerd draagt Pioe z’n steentje bij in het huishouden: hij kookt heerlijke soep en houdt Otto’s woonst schoon. Toch lijkt Otto vooralsnog niet te zwichten. Het grootste euvel is Pioes sterke groei, waardoor hij – letterlijk – Otto’s geordende bestaan verstoort. Wanneer een tot het uiterste getergde Otto uiteindelijk besluit te verhuizen, is hij zich niet langer van een dreigend gevaar bewust. En dan blijkt de uit de kluiten gewassen gestalte van Pioe nog goed van pas te komen …

Ondanks het vlotte vertelritme en de impliciete karakterisering doet de verhaallijn toch wat gekunsteld aan. Dat heeft vooral met het geforceerde einde te maken; de Außenseiter wordt niet aanvaard omwille van z’n eigenheid, maar pas na geleverde prestatie echt geaccepteerd. Die boodschap is zeker niet ongewoon in prentenboeken, of in kinder- en jeugdliteratuur in het algemeen, maar verwacht je niet meteen bij een gelauwerd illustratrice. Toch blijft ‘Ik ben je mama niet' om meerdere redenen de moeite waard. Dubuc overtuigt opnieuw met gestileerde prenten, die tegelijkertijd speels en naïef overkomen. De opvallend heldere kleuren, vaak zachte pasteltinten, benadrukken dat lieflijke karakter. Zelfs wanneer Otto boos wegloopt, wordt het verhaal nooit echt zwaar op de hand. Met enkele pennentrekken weet Dubuc beide personages treffend te karakteriseren. Voornamelijk de sterk uitgewerkte expressie zorgt voor een herkenbare uitdrukking van hun gemoedstoestand. Jammer dat Dubuc aan het einde in een cliché vervalt, want verder laat ‘Ik ben je mama niet’ zich als een warm verhaal over een groeiende vriendschap lezen.

Vanaf 4 jaar

Details Fictie
Auteur/illustrator: Marianne Dubuc
Uitgeverij: Querido
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
68