Marcel Pagnol, 'Mijn kinderjaren in de Provence'

Geheugen, spreek!

Noem filmtitels als 'Jean de Florette' en 'Manon des Sources' en hele volksdrommen beginnen te dagdromen over la douce France. Kitscherige fantasieën waarin mensen continu over straat wandelen met baguettes onder de arm, urenlange conversaties met de postbode over de nuances die te ontwaren vallen in de azuurblauwe hemel en natuurlijk de mok dampende koffie met de knapperige croissant. Studio 100 lijkt niet veraf.

In het werk van Marcel Pagnol (want bovenstaande films waren gebaseerd op zijn werk) is een onderstroom aanwezig die weinig of niet wordt opgepikt. We focussen ons graag op de idyllische omgevingen die hij ons voorspiegelt, maar in essentie gaan nogal wat van zijn verhalen over de overwinning van de schlemiel. De weerwraak van de 'simpele, volkse' ziel op de 'wereldwijze' burger. Bekijk Pagnols film 'La femme du boulanger' en zie hoe de lokale bakker zijn vrouw uit de grijpgrage handen van een lokale adonis drijft door te weigeren nog brood te bakken voor de gemeente. Tot wanneer zijn vrouw bij hem terug is.

Diezelfde gemaskeerde, loepzuivere pragmatische intelligentie loopt als een rode draad door dit boek. In het voorwoord zet Pagnol kernachtig de bakens uit: 'De lezer, de ware lezer bedoel ik, is bijna altijd een vriend'. Een paar zinnen verderop stelt hij dat zijn tekst weinig pretenties heeft. Wat de Volkskrant tot de volgende onzinnige quote verleidde: 'Niet diepzinnig, wel leuk.'

We hebben ons een punthoofd gepiekerd wat nu exact 'diepzinnigheid' impliceert. Is dat koketteren met Marcel Proust die je nooit las? Is dat titels van films als stopverf ('Geniaal! Zalig!') gebruiken in een conversatie zonder iets werkelijks te zeggen over die bewuste prenten?

'Bij zijn kinderen was zijn gezag onaantastbaar, aan zijn beslissingen viel niet te tornen. Maar zijn kleinkinderen maakten vlechtjes in zijn baard of stopten boontjes in zijn oren.' 

Het is een typische Pagnol-zin: eenvoudig, uitgebeend en toch voorzichtig lyrisch. Hij is niet zuinig met dergelijke observaties, dit boek is tot de nok toe gevuld met taal die probeert het tijdelijke eeuwig te maken. Het is de kinderwereld die we kennen van Mark Twain ('The adventures of Tom Sawyer'), Vladimir Nabokov ('Geheugen spreek'), Theo Thijssen ('Kees de jongen') of Joke Van Leeuwen ('Deesje'). Je vervelen, kampen bouwen met vrienden, verplichte taaloefeningen doen tijdens de zomer terwijl je liever een pannenkoek met stroop zou eten bij oma. Het is niet spectaculair, maar het is vaak de mentale goudmijn voor de rest van je leven.

'Zo zo!' zei Bouzigue. 'Hebt u last van uw lever?'

'Nee,' zei mijn vader, 'maar ik drink graag spuitwater in mijn witte wijn. Dat maakt er een soort champagne van, met een heel aangename smaak.'

Ik had bewondering voor die geniale vondst van mijn vader.'

Witte wijn wordt getransformeerd in champagne; Pagnol transformeerde het dagelijkse in iets eeuwigs.

Details Non-fictie
Uitgeverij: De Geus
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
412