Manon Uphoff, 'Vallen is als vliegen'

Essentieel, urgent, akelig lelijk en bloedmooi

De Minotaurus is een wezen uit de Griekse mythologie. Half mens, half stier leeft hij opgesloten in een labyrinth en wordt gevoed door kindoffers. Wie het doolhof betreedt, komt er nooit meer uit. Manon Uphoff en haar zusjes leefden zelf jaren in de wereld van een Minotaurus. Hun eigen vader creëerde een wereld waaruit niet te ontsnappen was.

Wanneer Uphoffs oudere zus uitgehongerd en uitgedroogd van de trap valt, wordt de schrijfster teruggegooid naar haar jeugd en rest haar geen andere keuze: het verhaal van haar zusjes, haar vader en moeder moet verteld worden. Dat dit niet eenvoudig is, lees je al in de eerste zin van dit - mag het nu al gezegd? - meesterwerk: 'Lezer, ik wilde dit verhaal niet vertellen.’ Maar Uphoff doet het toch. Ze moet. Dat is ze haar zussen en zichzelf verschuldigd.

Uphoffs verhaal is er één van het meest ingrijpende kindermisbruik, maar het gaat over zoveel meer. Het gaat over in de gunst van die Minotaurus proberen te raken. Over een vader die, naast een monster, ook razend intelligent en creatief is. Soms gaat het ook over liefde binnen het gezin. Het gaat, kortom, over de enorm verwarrend fase van opgroeien als kind. Maar dan wel in een wereld waarin een vader hele levens verwoest voor zijn eigen genot.

Verwacht je echter niet aan een jeremiade. Uiteraard is er de pijn, de vernedering en de herinneringen, maar Uphoff doet haar verhaal met een bijna buitenaardse gratie. Ze gebruikt daarvoor een prachtige taal, ronkende volzinnen. Ze verleidt je met haar woorden, zodat je - hoe onpassellijk bepaalde scenes ook zijn - blijft verder lezen. Want dat ben jij als lezer dan weer aan Uphoff en haar zussen verplicht.

‘Vallen is als vliegen’ is een boek dat de lezer uitdaagt, niet alleen door het onderwerp, maar ook door de opbouw van het boek. Uphoff bouwt zelf een labyrinth van taal. Surrealistische scenes, zeer concrete verwijzigingen maar evenzeer suggestieve zinnen, het verdwalen in mythen en verhalen, en de soms ironische toon zorgen ervoor dat je als lezer soms zelf de weg kwijt raakt. Ook als lezer vallen zekerheden weg, bots je op blinde muren, hap je angstig naar adem.

Het zijn korte terloopse zinnen die misschien nog het meest raken. Als het gaat over de herenzakdoek van haar vader, schrijft Uphoff: 'Ik kende dit als het schoon was, ik kende het na gebruik.' De insinuatie is duizendmaal pijnijker dan de expliciete beschrijving.

Uphoff weigert een slachtoffer te zijn: ze staat uiteindelijk samen met haar zussen op tegen het monster. Er volgt een heksensabbat (Uphoffs woorden!) waarin de zussen met het monster afrekenen. Blijvend? Uiteraard niet, het brengt soelaas, even. Maar het helpt, het lucht op.

Wat je leest, is bijna onmenselijk. We hadden hier graag  ‘onmenselijk’ willen schrijven, maar dan hadden we de realiteit van dit boek genegeerd. Het gebeurde wel degelijk. Tussen mensen. Meer nog: tussen mensen die een huis deelden, samen ontbeten, de krant lazen, een gezin vormden. Het is een boek dat je aandacht meer dan verdient. Ja, het is onaangenaam om te lezen, maar tegelijktertijd louterend en prachtig. ‘Vallen is als vliegen' van Manon Uphoff is een essentieel boek, urgent, akelig lelijk en tegelijkertijd bloedmooi.

 

Details Fictie
Auteur: Manon Uphoff
Uitgeverij: Em. Querido's Uitgeverij BV
Jaar:
2019
Aantal pagina's:
192