David Szalay, Mag ik u een aanbod doen?

Zuid-Londense middelmatigheid

Zoals goede vriend Arthur Schopenhauer al schreef: ‘Het ergste moet nog komen'. Paul Rainey is een late dertiger maar heeft het uiterlijk van een veertiger. Zijn doorgroefde voorhoofd en de brede paarse wallen rond zijn ogen maken meteen duidelijk dat hij geen gelukkig mens is. Rainey is een vermoeide, zure man die werkt in Londen en in de buitenwijken woont. Hij werkt als onsuccesvolle verkoper voor een telemarketingbedrijf, zijn relatie zit wat in een sleur en hij zit vast in een cyclus van alcoholisme, druggebruik en zelfvernedering.

Deze nachtmerrie voor elke burgerman is het begin van de roman en van daaruit gaat het met Rainey alleen maar bergaf. Over het kanaal waren ze erg in hun nopjes met deze debuutroman van David Szalay. De auteur kreeg goede besprekingen in The Independent en The Financial Times. Het boek won ook de Betty Trask Award die eerder door Zadie Smith gewonnen werd. Voorwaar goed gezelschap en onze verwachtingen waren dan ook hooggespannnen.

Op het eerste gezicht valt de roman van David Szalay redelijk tegen. Het verhaal komt maar traag op gang en we konden ons aanvankelijk niet van de indruk ontdoen dat we een slechte versie van ‘De wereld als markt en strijd' van Houellebecq aan het lezen waren. De Nederlandse vertaling is ook vrij beperkt en zoals dat vaak gaat bij boeken die in de originele taal erg snedig waren, gaat een groot deel van de humor verloren. Toch is dit onmiskenbaar een roman die je bij de keel grijpt en je meesleept in de - vaak irritante - van zelfmedelijden vervulde denkprocessen van het hoofdpersonage.

Szalay schrijft vernuftig in een flitsende onvoltooid tegenwoordige tijd en een actief gevoel van zelfidentificatie met Rainey dringt zich na een tijd met enige onvermijdelijkheid op. Psychopaten en emotioneel gestoorden mogen zich gerust niet aangesproken voelen. Paul Rainey zieltoogt en stuiptrekt doorheen het verhaal als een lam op het offerfeest. In zijn absurde pogingen om zijn leven meer betekenis te geven gaat hij op een queeste die even tragisch als komisch is. We krijgen te maken met een typisch modernistische omdraaiing van het traditionele ethos in de roman. Slechtheid, geslepenheid en doortraptheid worden beloond en goedheid en oprechtheid worden keihard afgestraft. Szalay, die in zijn eigen carrière zelf in de telemarketing werkte, rekent op meedogenloze wijze af met de burgers van de Zuid-Londense agglomeratie en schildert hen af als een egoïstische troep kleine kinderen.

Het enige echt hoopgevende personage in het boek is de stiefzoon van Paul Rainey, Oliver, een jeugdig snookertalent. Szalay suggereert dat de jongen het potentieel heeft om het te maken. Gezien de teneur van het boek is het echter waarschijnlijk dat ook hij naar de middelmatigheid zal afglijden. Maar in tegenstelling tot de andere personages heeft hij nog een kans en het jongetje vormt een spiegel voor wat Rainey ooit was en wat hij geworden kon zijn als het leven hem niet zo onverbiddelijk hard had aangepakt. Tot daar het optimisme in het boek, een schrale oogst.

‘Mag ik u een aanbod doen?' is een waardig debuut van een beloftevol talent. De auteur bereikt echter (nog?) niet het niveau van een schrijver als John Updike in de Rabbit-reeks of, iets Britser, als een Hanif Kureishi in ‘De boeddha van de buitenwijk'. Deze thematisch en stilistisch vergelijkbare boeken zijn toch dat tikkeltje minder oppervlakkig. We zullen de carrière van meneer Szalay nauwlettend in de gaten houden, want potentieel kan hij hoge toppen scheren. Het beste moet wellicht nog komen.

Details Fictie
Originele titel:
London and the south-east
Auteur: David Szalay
Uitgever: Mouria
Jaar:
2008
Aantal pagina's:
350