Maarten Inghels, 'Contact'

Prachtig uitgegeven poëtisch werk

Of het nu schilders, beeldhouwers, schrijvers, of in dit geval dichters, zijn, het is fantastisch om te zien hoe kunstenaars zichzelf blijven uitvinden en hun gekozen medium tot het uiterste durven te verkennen. Hoe ze zich niet laten vangen door een bepaalde blik of manier van uiten, maar allerlei paden bewandelen die hen voldoening (of iets anders) kunnen schenken. Maarten Inghels, de verse ex-stadsdichter van Antwerpen, werpt zich volledig op het onderzoek van de grens tussen performance art en poëzie. Zoals de achterflap het belooft, verbindt hij deze zaken.

‘Contact’ bevat gedichten in de klassieke vorm, zwarte woorden op een witte pagina, zonder poespas. Zo begint het boek met het gedicht ‘De avond na mijn dood’. Hierin beschrijft hij hoe zijn leven, na zijn overlijden, moeiteloos wordt overgenomen door een zevental dubbelgangers. Hij heeft daarvoor speciaal het ‘Internationaal Genootschap der Officiële Dubbelgangers van Inghels’ opgericht, middels een kleine advertentie in de krant (hiervan is ook een foto te vinden in het boek). Dit bonte gezelschap bestaat uit zowel mannen als vrouwen, die zijn leven geruisloos weten verder te zetten. Zijn begrafenis kenmerkt echter toch een gemis: ‘mijn dubbelgangers komen één dubbelganger tekort om mijn kist te dragen’. Prachtig. Ook in ‘Verbeelding’ geeft hij blijk van meerdere persoonlijkheden: ‘ik ben een gemeenschap’. Een symbool voor de veelzijdigheid die hij tentoonspreidt in ‘Contact’?

In eerste instantie is het onduidelijk wat de lange lijsten van ontvangen telefoontjes betekenen, tot Inghels uitleg geeft. Hij heeft, wederom middels een advertentie, maar ook middels het op straat leggen, een visitekaartje ontwikkeld. Mensen konden bellen naar een nummer en zo luisteren naar door hem ingesproken berichten. Een aantal foto’s van mensen die de visitekaartjes van de straat rapen, zijn ingesloten in het boek. Hij verspreidt niet alleen letterlijk straatpoëzie, maar zendt het gedicht ‘De schaduw van het denken’ zelfs naar de maan (waarna het weerkaatste ‘antwoord van de maan’ in een soundscape voor een kortfilm wordt verwerkt). ‘Wanneer wij zomer zaaien in elkaar’ is letterlijk een aardser gedicht: het staat geplant in onder andere het Middelheimpark in Antwerpen.

Twee hoogtepunten zijn toch zijn samenwerking met nachtwinkels en zijn gedicht als tatoeage. Bij het eerste heeft hij het woord ‘poetry’ als lichtreclame in de etalages van nachtwinkels laten hangen, met de reactie van de eigenaren ernaast geprint. Deze zijn op willekeurige plekken in Antwerpen nog te zien en hebben ons al eerder tot verbazing gestemd. Het tweede, ‘Honger’ als tatoeage, is allicht zijn ultieme cross-over van poëzie en performance art.  In eerste instantie heeft hij hiervoor het gedicht ‘Volksbevraging’ geschreven: een gedicht van 35 verzen dat hij effectief als enquête onder de bevolking heeft verspreid. Als reactie schreef hij ‘Honger’ en zocht hij onder de ondervraagden tien mensen uit die een dichtregel ervan op hun lichaam wilden laten tatoeëren. Niet alleen de beloofde en schitterende verbintenis tussen beeld, woord en performance, maar vooral een intrigerend initiatief van een dichter die niet bang is om buiten de lijntjes te kleuren. ‘Contact’ is een prachtige bundel. Een hogere vorm van kunst is (waarschijnlijk) ondenkbaar.

Details Poëzie
Auteur: Maarten Inghels
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2018