Maarten Goethals, 'De Fragmenten'

Op de wip tussen het fragmentarische en het experimentele

Na de via uitgeverij Vrijdag – altijd oog en oor voor jong talent – uitgebrachte dichtbundel ‘Hees’ (2014) debuteert de polyvalente schrijver/journalist/filosoof/dichter Maarten Goethals als romancier. ‘De Fragmenten’ is bijzonder sterk werk, al is het allesbehalve een hapklare brok.

Goethals beschrijft in vrije, experimentele dagboekstijl zeven dagen uit het leven van een verteller-in-crisis. Zeven opmerkelijke dagen waarin eenzaamheid, verlammende angst en panische schrik voor de toekomst aan bod komen. Het leven gedissecteerd zeg maar. Goethals neemt de lezer mee in een heel eigenzinnig verhaal waarbij verschillende brokjes en gedachten kriskras door elkaar lopen en zo een apart systeem vormen.

In ‘De Fragmenten’ gaat het ook onder meer over macht, orde en de trage, maar onmiskenbaar zekere afbrokkeling van een machtsinstituut. De dood van de koningin zet alles op scherp (‘vannacht stierf de koningin.’). Er is geen enkel nageslacht, er kan geen enkele opvolger aangesteld worden. De monarchie loopt op zijn einde. Een periode van crisis kan niet langer afgewend worden. Malaise bij het volk, de democratie is in gevaar.

Bovendien heeft de verteller, een journalist met vakantie, zijn eigen problemen. Zijn geliefde Eline heeft hij al enkele maanden niet meer gezien. Zij was uit op een vaste relatie en stelde hem voor een ultimatum. De journalist, die de hele vertelling naamloos blijft, wordt genadeloos verlamd door de angst voor de verkeerde keuze, met als gevolg dat zij hem verlaat. Wederom crisis, al neemt die dan een wat andere vorm aan (emotioneel, seksueel).

Zo stel je vast dat Goethals vrijuit speelt met morele vraagstukken rond onder meer identiteit, macht en gezag, vertrouwen en verantwoordelijkheid. Dat levert vaak interessante (meta)bespiegelingen op waarbij de schrijver zich helemaal laat gaan inzake associaties met politiek, journalistiek en media. Maar evengoed over de met zinnelijke, sensuele lyriek beschreven liefde (‘liefde als fundament, niet als fout’), lichamelijkheid en een flinterdun laagje erotiek (tot en met pornografie), die mee het vertrekpunt voor ‘De Fragmenten’ vormen.

Opvallend voor deze novelle is onder meer de literaire en eerder academische vertelstijl. Zo krijg je te maken met een initieel wat stugge, eerder droge opsomming van schijnbaar losse(re) gedachten. Net dat vrije, soms brute en experimentele (door o.a. het gebruik van gedachtestreepjes en voetnoten) blijkt de sterkte van deze roman te zijn, al vraagt het onmiskenbaar een inzet en inspanning van de lezer. Bovendien neemt Goethals opvallend veel risico via zijn sterk op experiment gerichte stijl (vb. meerdere pagina’s als voetnoot).

Opmerkelijk is eveneens de vrijwel volledige afwezigheid van dialoogvorm, ten voordele van hoofdzakelijk beschrijvende en vooral sterk op analyse gerichte passages, waarbij onder meer de nauwkeurig in brokjes uiteenvallende dissectie van de innerlijke gedachtewereld van de journalist op te merken is. Net die bijzondere vorm en speculatieve stijl met aandacht voor meticuleuze precisie, haarfijn detail en nuance kenmerken deze aparte vertelling die van het fragmentarische een ware kunst maakt.

De illustraties, een voor elke dag en een extraatje op de achterflap, van Toon Delanote versterken ‘De Fragmenten’. Zij illustreren hoe een individu stilaan uitgegomd geraakt. Almaar vaker afwezig is. Langzaam afbrokkelt. Oplost in een niets. Zoals een doodbloedende monarchie of een relatie die niet meer te redden valt. Of zou het dan toch?

Details Fictie
Jaar:
2018
Aantal pagina's:
177