Lydia Davis, 'De taal van dingen in huis'

Als het bestek kon spreken

In mei 2013 won de Amerikaanse koningin van het korte verhaal Lydia Davis de Man Booker International Prize voor haar volledige oeuvre. Helemaal terecht naar onze mening. En het lijkt erop dat steeds meer critici en lezers de genialiteit van Davis ontdekken. 'Kortgeleden werd me een schrijversprijs onthouden omdat ik, zeiden ze, "lui" was', klinkt het nochtans in een van de ultrakorte verhalen in haar nieuwste verzamelbundel 'De taal van dingen in huis'. Maar het is intussen wel duidelijk dat Davis alles behalve een luie auteur is - elk woord in haar verhalen werd met de grootste precisie gekozen. Zo ook in 'De taal van dingen in huis'.

Korte verhalen, cursiefjes, poëzie, anekdotes, essays... wat Lydia Davis schrijft, kun je onmogelijk in een hokje stoppen. Nadat haar verhalenbundels die in het Nederlands in twee delen verschenen onder de titels 'Bezoek aan haar man' en 'Varianten van ongemak' jubelend werden onthaald, was het hoog tijd om ook eerder werk van de auteur te verzamelen en te vertalen. 'De taal van dingen in huis' is even divers en gevarieerd als de vorige bundels, maar niet alle korte verhalen zijn even sterk.

Het sterkst is Davis als ze gedetailleerde observaties en kleine ergernissen in het dagelijkse leven beschrijft. Bijvoorbeeld objectief in één enkele zin in 'Huishoudelijke observatie' ('Onder al dit vuil, is de vloer eigenlijk heel schoon.'), maar soms is het meer absurd en gedetailleerder, zoals haar beschrijving van een bord havermoutpap dat met condensdruppeltjes 'op zijn eigen manier' actie onderneemt. Het resultaat is in beide gevallen erg grappig. Zo ook het korte verhaal over de woorden die we gebruiksvoorwerpen in huis zouden kunnen horen zeggen, als we aandachtig zouden luisteren. 'Een vork die op het aanrechtblad klettert: 'Ik ben zo terug.''

Ook op het leven buiten haar voordeur heeft de auteur een verfrissende kijk. De koeien die in de wei staan en door de struiken net te zien zijn, worden uitgebreid beschreven: het zijn de perfecte buren. 'Andere buren zijn misschien weg, van tijd tot tijd, maar de koeien zijn er altijd, in de wei. En als ze niet in de wei zijn, zijn ze in de stal.' Dezelfde observerende toon vinden we in de dertien korte verhalen vanuit het standpunt van Gustave Flaubert. Dit 'verhaal van Flaubert' is gebaseerd op materiaal uit brieven van de Franse auteur. Als vertaalster (in 2010 vertaalde ze 'Madame Bovary') kent Lydia Davis de stijl van Flaubert door en door, maar natuurlijk zet ze die (en de inhoud) ook een beetje naar haar hand.

Het is niet altijd zuiver om te lachen bij Lydia Davis. Er schuilt meer achter haar observaties, ze zetten je aan het denken. Naast kleine ergernissen als spelfouten en slechte reclamefoto's, worstelen de personages in de verhalen met spijt en verlies. Zoals de vrouw die tijdens een treinreis op kerstavond mijmert over haar overleden vader en zus. Haar droeve gedachten springen voortdurend heen en weer, maar blijven wel herkenbaar.

Als die herkenbaarheid wegvalt, worden de verhalen echter heel wat minder interessant. Dat gebeurt in de terugkerende 'droomverhalen'. Ze zijn gebaseerd op echte dromen, of op dromen lijkende ervaringen van de auteur en mensen in haar omgeving. Maar zoals dat gaat bij dromen, blijft het gissen naar de achterliggende betekenis. Het zijn veeleer verhaaltjes zonder pointe, en die vallen naar ons gevoel uit de toon in vergelijking met de korte verhalen in de rest van de bundel.

Details Fictie
Auteur: Lydia Davis
Vertaler: Peter Bergsma
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
285