Luuk Gruwez, 'Het land van de handen'

Eriek Verpale blijft spoken

Met 'Het land van de handen' publiceert Luuk Gruwez ruim twintig jaar later nu het pendant van 'Het land van de wangen', zijn eerste autobiografische boek in 'Privé-Domein' de prestigieuze reeks van De Arbeiderspers. Een bonte verzameling brieven, reisindrukken en herinneringen aan de Westhoek.

'Het land van de handen' of West-Vlaanderen, het staat symbool om het in de taal van de vader van Gruwez uit te drukken: 'He meugt nu indlijk oak 'n bitje behunnen te wirken, d'ailleurs. Kee lange genoe minne zak voar u ofhedraaid.'  Schrijven is met andere woorden in zijn leef-en denkwereld niet echt werken om vlot geld te verdienen. Was het ooit Hugo Claus niet die zei dat er in West-Vlaanderen geen groter scheldwoord bestaat dan: het is geen commerçant.

Dus zette Gruwez zich aan het schrijven van een dik boek om, als enige levende Vlaming, in deze chique reeks zijn literair vakmanschap een tweede keer te bevestigen. Geen gebeurtenis, dagelijks voorval of detail is dit keer aan zijn driftig schrijvend pennetje ontsnapt. Dat hij niet kon opschieten met zijn vroegere leraar wiskunde, zijn levensgezellin Totje onkruid aan het wieden is terwijl hij aan sonnet knutselt, hij naar de dokter moet vanwege een onbedaarlijke hoest, of na een bezoek aan Ieper, waar beiden potjesvlees hebben gekocht, Totje bij thuiskomst dreigt te stikken, enzovoort. Het wordt allemaal in geuren en kleuren beschreven met als risico dat het hele boek lijkt neer te komen op een uitgebreid medisch bulletin van een schrijver en zijn geliefde.

Dit is gelukkig niet het geval. Eenmaal de lezer de dosis kommer en kwel achter de rug heeft ontpopt Gruwez zich als een talentvol chroniqueur van zijn tijd. Van zodra hij zich enigszins op stang laat jagen of iets wil rectificeren worden zijn brieven en aantekeningen interessant en horen ze thuis onder de noemer privé-domein. Een passage over de wanhoopsdaad van politicus Steve Stevaert waarin De Morgen-columnist Hugo Camps als een gerontofiel gigolootje van Brigitte Bardot wordt weggezet.

'Wel geef ik ter decharge van de door mij verafschuwde columnist toe dat hij zich naderhand voor zijn overtrokken reactie heeft verontschuldigd. Maar nog altijd vertelt mijn eigen heftige gesputter dat mijn genegenheid voor Steve ondanks alles moeilijk te temperen is.'

Uit andere brieven blijkt dan weer dat Eriek Verpale, zijn vroegere schrijfbroeder, in zijn hoofd blijft verder spoken.

'Zijn duizelingwekkende neergang? Ik kon die niet langer aanzien. Evenmin zijn verzonnen bestaan, ook al was het feit dat hij zijn leven moest verzinnen om het leefbaar te houden misschien zijn grootste charme.'

Even indringend en treffend opgetekend is een herinnering aan dichter Tsjêbbe Hettinga, de blinde Friese dichter of de Dylan Thomas van de Lage Landen.

'Het land van de handen' is niet het soort boek, bedoeld om eeuwige roem te oogsten of zich aan de vergetelheid te ontrukken. Daar is Gruwez te nuchter voor, temeer daar hij in Het Lijsternest van Stijn Streuvels talloze boeken heeft aangetroffen van al lang vergeten schrijvers. Het dwingt hem tot de conclusie dat het onzin is te beweren dat 'wie schrijft, die blijft'.

Ondanks enkele overbodige droomrelazen en toeristische impressies bevat dit autobiografische boek tal van met mededogen geschreven getuigenissen over mensen uit de directe entourage van Gruwez. Denken we hier vooral aan levensgezellin Totje met wie hij na een fietstochtje in Kiewit van een pannenkoek geniet. Het laat de lezer even een andere kant van de ernstige dichter zien.

 

Details Non-fictie
Uitgeverij: Arbeiderspers
Jaar:
2020
Aantal pagina's:
527