Lodewijk Petram, ‘De vergeten bankencrisis’

Een tijdloos drama over trots, overmoed en hebzucht

Met ‘De bakermat van de beurs’ oogstte economisch historicus Lodewijk Petram in 2011 heel wat lof. Die verdient hij nu opnieuw voor ‘De vergeten bankencrisis’: een wervelende reconstructie van het eerste Nederlandse bankendebacle in de jaren twintig. Kop van Jut was de Rotterdamsche Bankvereeniging of ‘Robaver’, voorloper van ABN Amro. Wacht, ABN Amro? Ging die bank niet mee ten onder met Fortis? Jawel hoor. Je valt dan ook vanaf pagina één van de ene déjà-vu in de andere.

Het begint bij de overmoed van Robaver-directeur Willem Westerman, een Maurice Lippens avant la lettre. Tijdens de hausse na de Eerste Wereldoorlog groeit zijn bank als kool. Samen met twee collega-directeurs is hij vastbesloten om van Robaver de grootste te maken. Het trio waagt zich aan overnames, verleent risicovolle kredieten en start projecten in Indië en Argentinië. Dat wanbeleid krijgen ze vanaf 1922 als een boemerang in hun gezicht terug. De verliezen stapelen zich op. Vervalste cijfers en misleidende persberichten vermijden niet dat Robaver-aandelen massaal gedumpt worden.

Het vervolg laat zich raden: minister van Financiën Colijn beslist op 30 juni 1924 om de bank met belastinggeld boven water te houden, overigens zonder het parlement in te lichten. Toch zien de bankiers niet af van hun 'tantièmes', zoals bonussen toen genoemd werden. De verontwaardiging bij het publiek is dan ook groot. Helaas niet groot genoeg om een eeuw later Fortis/ABN Amro voor dezelfde overmoed te behoeden. En net daarom is Lodewijk Petram a man on a mission. Hij wil ‘het besef aanwakkeren dat de herinnering aan deze crisis (van 2008, red.) niet mag vervagen’.

Dat doet hij niet met een relaas vol balanstotalen en ratio’s. Integendeel, dit boek focust op mensen. Bankiers, ondernemers en politici worden er op weergaloze wijze geportretteerd. Daarin gaat Petram indrukwekkend ver. Zo citeert hij uit het dagboek van Westermans vader om te bewijzen dat de bankdirecteur al als kind een steenezel was. Het resultaat van die verregaande karakterisering is een intrigerend verhaal over botsende ego's en hun gebreken.

Dit verhaal leest zelfs als een roman. Op basis van notulen reconstrueert de historicus discussies tijdens directiemeetings en aandeelhoudersvergaderingen. Die zijn zo geanimeerd beschreven dat het lijkt alsof je ze ter plaatse afluistert. Foto’s van de directeurs, ministers, filialen en vergaderruimtes helpen je alles visueel voor de geest halen.

Ook publieke verontwaardiging wordt voelbaar gemaakt. Citaten uit kranten als Het Volk of Het Parool tonen hoe beleggers, politici en journalisten op het fiasco reageren. Je grinnikt bij de spotprenten, maakt kennis met beurscolumnist Tekel, maar fronst de wenkbrauwen als je leest hoe Robaver journalisten voor haar kar wist te spannen. Het zorgt voor een ontluisterende blik op het toenmalige medialandschap.

In het hoofdstuk over het parlementaire debat in 1927, gaat de vaart er wel wat uit. Daarin biedt minister Dirk De Geer het hoofd aan kritiek op de reddingsoperatie van zijn voorganger Colijn. En helaas vielen politici toen net zoveel in herhaling als nu.

Ironisch genoeg verdedigt De Geer zich met het argument dat we zo'n crisis 'waarschijnlijk in een eeuw niet meer gaan terugkrijgen'. Ondertussen weten we wel beter. Bankencrisissen ontstaan door overmoed, trots en hebzucht: menselijke gebreken die van alle tijden zijn. En daarom moeten we ook na 2008 op onze hoede blijven. Iets waar 'De vergeten bankencrisis' ons met verve aan herinnert.

Details Non-fictie
Auteur: Lodewijk Petram
Uitgeverij: Atlas Contact
Jaar:
2016
Aantal pagina's:
352