Lionel Shriver, 'De nieuwe republiek'

Terrorisme voor beginners

Timing is alles, ook in de literatuur. Toen Lionel Shriver in 1998 ‘De nieuwe republiek’ verkocht probeerde te krijgen, gooiden alle Amerikaanse uitgeverijen de deur meteen in haar gezicht dicht. Het onderwerp van terrorisme was een saaie ver-van-hun-bedshow. Na elf september 2001 veranderde dat natuurlijk, maar toen was de tijd nog niet rijp voor een lichtvoetig verhaal over terrorisme waarin vooral journalisten in hun hemd gezet worden. Het verhaal is sinds het geschreven werd niet meer aangepast, in tegenstelling tot onze kijk op terrorisme. Toch is ‘De nieuwe republiek’ ook vandaag nog messcherp en brandend actueel.

 

Edgar Kellogg is een jurist in New York, maar zegt zijn goedbetaalde baan vaarwel om als journalist aan de slag te gaan. Hij wordt als verslaggever voor de National Record naar Barba gestuurd, een (fictief) eiland ten zuiden van Portugal. Dit is de thuishaven van de terroristische onafhankelijkheidsstrijders Os soldados ousados de Barba (Dappere soldaten van Barba), beter gekend als de SOB. Het is de laatste tijd erg stil geworden rond deze organisatie en Kellogg wil uitzoeken waarom. Intussen moet hij proberen uit te vissen wat er is gebeurd met de verdwenen journalist Saddler Barrington. Barrington werd door zijn collega's op handen gedragen en heeft 'alles achtergelaten, als een soort doe-het-zelfpakket. Zijn kleren, zijn huis, zijn auto, zijn vrienden...' Kellogg neemt dan ook gretig zijn plaats in, maar ontdekt al snel dat Barrington niet de halfgod was die zijn vrienden dachten dat hij was. Kellogg ontdekt dat 'Bear' banden had met de SOB. Meer nog, Kellog vermoedt dat 'de naaste buren van de SOB niet Hamas en de Tamil-tijgers zijn, maar de tandenfee en de paashaas.'

 

Lionel Shriver, zelf een journaliste, schetst in ‘De nieuwe republiek’ een ironisch beeld van de relatie tussen terrorisme en journalistiek. In Cinziero, de hoofdstad van Barba, zitten Kellogg en zijn collega’s avond na avond in de plaatselijke kroeg te discussiëren over de SOB, terwijl ze nagelbijtend wachten op de volgende aanslag. Ze hebben allemaal een ander antwoord op de vragen die hen bezighouden. (Wat als een terroristische aanslag door niemand wordt opgeëist? Is hij dan nutteloos geworden?) Shriver plaatst zo een aantal meningen over terrorisme naast elkaar, maar geeft vooral een aantal herkenbare en gevatte personages vorm, zonder karikaturen van hen te maken: een gevaar dat vooral bij het hoofdpersonage Edgar Kellogg om de hoek loerde.

 

Kellogg was vroeger een dikkerdje, een trauma dat hij ook als volwassene nog steeds met zich meesleept. Hij blijft de eeuwige tweede, hoe hard hij ook zijn best doet om erkenning en bewondering te krijgen van de populaire mensen uit zijn omgeving. Hij ontdekt stukje bij beetje dat hij zich best oké voelt in zijn positie en die ontdekking wordt er wel erg dik opgelegd. Ook het torenhoge cliché dat populariteit niet zo leuk is als het lijkt, wordt net iets te vaak en te expliciet vermeld. Toch wordt de jonge Kellogg geen Billie Turf-achtige karikatuur en heeft zijn traumatische verleden nut. De woede die hij als dikke jongen had, is hij nooit kwijtgeraakt en precies die woede zorgt voor de satirische toon in ‘De nieuwe republiek’. Kellogg bekijkt alles door een donkere bril, vooral de stoffige stad Cinziero: 'zo onvoorstelbaar lelijk dat Edgar de neiging kreeg de eerste de beste willekeurige voorbijganger zijn condoleances aan te bieden'. Dankzij die scherpe humor is ‘De nieuwe republiek’ het lezen meer dan waard.

Details Fictie
Auteur: Lionel Shriver
Vertaler: Otto Biersma
uitgever: Atlas Contact
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
393