Lies Van Gasse, ‘Zand op een zeebed’

Het woord getekend, de tekening gedicht

Flapteksten. Je zou ze wat. Ze maken boeken kapot nog voor de lezer ze heeft open geslagen. Ze delen beloftes uit, staan aan de wieg van verwachtingspatronen, laten uitschijnen dat de essentie van een boek in een paar regels te vatten is. En o, daarmee is het grote woord trouwens meteen gevallen! Essentie! De essentie, een essentie? Wat is dat, eigenlijk? En zoekt het vrouwelijke personage dat op de golven van Lies Van Gasse’s ‘Zand op een zeebed’ drijft, van bladzijde tot bladzijde, echt naar ‘de essentie van het menselijk bestaan’? Of is het een weinig welomlijnd karakter, een symbool voor ons en onze eenzaamheid en onze vragen en onze kwetsbaarheid? Een gedachtenwolk, een flard van wat een volmaakt idee zou kunnen geweest zijn, een stukje uit een zoek geraakte puzzel: nee, geen reconstructie van een zogezegde essentie in dit graphic poem. Wel veel suggestie. En dus: uren gezelschap voor de nieuwsgierige lezer/toeschouwer.

Lies Van Gasse heeft de voorbije jaren van het beeldgedicht haar handelsmerk gemaakt. De naam van het stilaan ontluikende genre, heeft ze trouwens niet gestolen. De auteur dicht immers met beelden. Die zijn flou, er komen figuren uit figuren tevoorschijn, het ene beeld leidt eigenlijk een gans ander beeld in, er worden contrasten opgezocht die in feite wezenlijk verband houden met elkaar, enzovoort. Daarnaast schildert Van Gasse ook met woorden. Ze zoekt het tactiele op, ze wil dat haar taal uitkristalliseert tot een schilderij, slechts een handvol woorden evoceren bij haar een doek waarop de meest kleurrijke scènes tevoorschijn komen. Minimalisme mondt uit in overdaad. En: schijnbare overdaad schrompelt tot een broze kiem. Het boek doorbladerend, komt de lezer voortdurend tot bepaalde betekenissen. De bedoelingen van de auteur verdwijnen naar de coulissen, en worden volledig ondergeschikt aan de individuele leeservaring. Van Gasse’s stijl lijkt een instrument voor de eigen verbeelding - voorbij taligheid, maar ook voorbij het visuele. Ergens in het niemandsland tussen woord en beeld. Een niemandsland waar alles kan gezegd worden. Een niemandsland waar alles kan tout court.

Van Gasse lezen, bekijken, bestuderen is bevrijdend. En op andere momenten weer frustrerend, want zij kauwt geen oplossingen voor, ze lepelt haar lezers niet zomaar iets in. Haar kunst leeft pas als ze wordt geleefd, als ze wordt bezield door een ziel die investeert. Wie die moeite opbrengt, komt echter niet van een kale reis terug. ‘Zand op een zeebed’ is als verdwalen in een onbarmhartig groot museum. Je vindt de uitgang niet, maar dat geeft niet. Je keert terug, je vliegt vooruit, je belandt ergens waar je nooit dacht te zullen belanden. Je legt het boek opzij, maar neemt het toch terug ter hand. Nog even. Nog even ronddolen in het landschap van haar verbeelding dat langzaam maar zeker het landschap van de eigen verbeelding wordt. Tot je verdrinkt in de oceaan van Van Gasse’s grafische poëzie. En eenmaal verdronken, eenmaal weg van de wereld, kan je de lijnen, de associaties, het tomeloze dat van dit boek afdruipt, over je heen laten komen. Dat een flaptekst gewag maakt van een essentie, dat leg je naast je neer. Tekent Van Gasse immers niet de kleinste details van het leven, de rituelen die op den duur de litanie van ons verdriet vormen, als pijlers van het bestaan? Kan die ene tas dampende koffie niet verworden tot de essentie van een dag, zo niet een week?

Ah. Voor de lezer die stilaan verdwaalt in dit artikel: probeer ‘Zand op een zeebed’ gewoon uit. Dool rond. Verdrink. Zoek. En vind vooral niet.

Details Poëzie
Het woord getekend, de tekening gedicht
Uitgeverij: Wereldbibliotheek
Aantal pagina's:
176