Lies Van Gasse, ‘Wenteling’

Zachte vormen van geleidelijkheid

Voor Lies Van Gasse zijn het geen twee gescheiden werelden: poëzie en beeldende kunst bracht ze al in aanraking doorheen haar bundels ‘Sylvia’ en ‘Waterdicht’, door uitgeverij Wereldbibliotheek als ‘graphic poems’ op de wereld losgelaten. Daarnaast verschenen van haar hand al ‘Hetzelfde gedicht steeds weer’ en ‘Brak de waterdrager’, dat alles op goed een half decennium tijd. Dit jaar viert ze haar dertigste verjaardag en ook daar hoort een publicatie bij. ‘Wenteling’ heet haar laatste worp: een cyclus in 33 delen, waarin de dichteres voortdurend in cirkels blijft draaien.

Op de kaft prijkt een van Lies Van Gasses tekeningen, waarin twee (vrouwen)lichamen rondom een centrale spil lijken te draaien. Een oog, een spiraal, een draaikolk, …? Suggestie is het kernwoord dat de omslagfoto met de reeks gedichten verbindt: men kan er niet de vinger op leggen waarmee de auteur haar lezers steeds beroert, want men moet haar minder intellectueel dan gevoelsmatig benaderen. De taal wordt immers niet op een sluitende manier gehanteerd: haar dichtregels ‘ontginnen’ is niet tasten naar een betekenis die in de diepte elk woord definitief aflijnt, wel zijn het versluierde ervaringen die samen ‘Wenteling’ opbouwen. Inderdaad genereert de bundel langzaam maar zeker steeds meer betekenis: leidmotieven keren voortdurend terug en op die manier deint de betekenis vanuit een onzichtbaar centrum verder uit. Bij het herlezen worden de eerst vage contouren van de bundel iets duidelijker. Haar geheimen geeft Van Gasse echter nooit helemaal prijs: ‘Wenteling’ blijft een langgerekt tasten in het duister.

Bepaalde gedichten blijven te hermetisch, andere geven zich zoals gezegd stukje bij beetje bloot. Duidelijk is dat de lezer veel moet investeren om tot een zekere ontroering te komen: ‘Wenteling’ is geen dynamische bundel, zoals de titel misschien doet vermoeden. Durven stilstaan is het beste advies voor de lezer op de tast: men moet zich als op een wentelende as voortdurend zien te oriënteren. Van Gasse maait de vaste bodem echter de hele tijd weg vanonder de voeten van de nietsvermoedende lezer: haar wereld is er een van wankelen, pijn en onzekerheden. Het beleven van seksualiteit, een van de verschillende sleutels waarmee Van Gasse de poorten des levens taalkundig probeert te ontsluiten, is nimmer totaal verlossend. Zelfs een literair orgiastische ervaring kan immers niet bevrijden uit de zich herhalende wentelingen, gedichten waarin hetzelfde leed in andere termen wordt bezongen. Dat voortdurend cirkelen om een in nevelen gehuld middelpunt brengt echter telkens andere vragen voort. Spreekwoordelijk heeft men, aan het eind gekomen, een gans schrift vol.

Hun tweeslachtig karakter verliezen de schrijfsels niet, wat betekent dat wie vandaag gefascineerd is door Van Gasses gedichten, dat over een week of een maand allicht nog zal zijn. Anderen zullen het als een punt van kritiek ervaren te moeten blijven roeren in de soep, die nooit drinkensklaar zal blijken. Er is immers geen moment waarop de lichten plots aanspringen en de lezer geïllumineerd een bladzijde kan omslaan. Vormelijk reikt de dichteres evenmin houvast aan en de poëzie die tussen de delen van ‘Wenteling’ wordt geplaatst, doet quasi even abstract aan. Wie springt, zal ‘vallen in glas’: pijnlijk, maar met een mooie weerschijn. Regels uit deze bundel blijven hangen, een ontroerend baken creëert Van Gasse alleen provisorisch, tijdens het lezen.

Details Poëzie
Zachte vormen van taalkundige geleidelijkheid
Uitgeverij: Wereldbibliotheek
Copyright foto: Het Nieuwsblad
Jaar:
2013
Aantal pagina's:
64