Leo Pleysier, 'De zoon, de maan en de sterren'

Lieflijk verhalenboekje vol kleine verrassingen

Verhalen zijn leuk. Verhalen zijn namelijk kort en overzichtelijk. Met een begin, een middenstuk en een einde. Net een echt boek, maar dan ook aangenaam om naar te luisteren (of om zelf te lezen) als je ADHD hebt. Of gewoon niet zo van boeken houdt. Natuurlijk kan niemand tippen aan verhalenkunstenaar Toon Tellegen, die met een enkele A5 je hele emotionele wezen onderuit kan halen en daarnaast ook nog een kleine moraal verstopt in een dierenlichaam tevoorschijn kan toveren. Maar veelvuldig prijswinnaar Leo Pleysier toont met 'De zoon, de maan en de sterren' dat hij deze kunst ook prima verstaat. 

Vijf verhalen zijn het. De eerste gaat over een zoon, die zijn volledig verlamde moeder aan de hand van een zelfgemaakt alfabetbord spreken laat. Vijftien pagina's doet ze er over, om dat ene kleine, maar betekenisvolle zinnetje uit te 'spreken'. Een zinnetje dat je halverwege al voelt aankomen, maar de uitwerking ervan is niet minder. Of het tweede, van een vader die zijn o zo zelfstandige dochter toch niet goed alleen laten durft, en in gedachten niet het saaie bestaan van alledag leeft, maar meegaat, in het vliegtuig, zich voor haar verstopt om des avonds netjes naast zijn vrouw in bed te kruipen. Of dat verhaal van de ballonvaart. Een litanie aan gedachten, zoals dat nu eenmaal gaat in het hoofd van een mens. Toch? Van het Zwarte Woud, via mensen die opgeven naar Bob Dylan, terug via zwijgzaamheid naar het Vlaamse platteland. En dat alles zonder enige moeite, maar met volstrekte logica. En het laatste, om een lege walnootdop zo kleurrijk en levendig te kunnen beschrijven moet je wel een begenadigd schrijver zijn. 

Dat is Pleysier zeker. Elk verhaal heeft wel een kleine verrassing, een kleine twist. In elk verhaal voel je ook iets van eenzaamheid, ondanks dat alle protagonisten, voornamelijk mannen van middelbare leeftijd zoals Pleysier zelf, bijna nooit alleen zijn. Een verlangen naar vroeger ook, toen alles beter was en de mensen nog respect hadden voor elkaar. Niet als moraliserend vingertje, als een opa die met krakende stem verhalen uit de oude doos oplepelt. Neen, met een lichte toon, maar duidelijk en met bewustzijn van de huidige tijd. Veel speelt zich ook af binnen de familie: grootvaders, moeders, zonen, dochters, echtgenoten. Het typeert volledig Pleysiers levensfase, die waarin de kinderen gevlogen zijn en op eigen benen staan. Die waarin het huwelijk voornamelijk tevreden te noemen is en niet meer zo sprankelend als in het begin. Je voelt de lichte jaloezie bij de beschrijving van het verliefde jonge koppel tijdens de ballonvaart, je herkent direct de angsten van een vader voor zijn kinderen en het verlies van controle op hen.

Is het daarmee onleesbaar voor de jongere generatie? Absoluut niet. Maar je kunt je wel afvragen of jonge lezers zitten te wachten op gememoriseer van een oude man. Saai zijn de verhalen allerminst, maar zodra de laatste pagina uitgelezen is, blijft er niet een sprankelend gevoel over van meer te willen lezen, of de opluchting dat je eindelijk weer adem kunt halen na urenlang gelezen te hebben. Het zijn kleine verhaaltjes, met kleine emoties, kleine gebeurtenissen en kleine verrassingen. Als een luciferdoosje, zo voelen ze. Een klein beetje benauwend, zeker voorspelbaar, maar het is altijd een verrassing of de lucifers het wel doen of niet. In het geval van Pleysier werken ze allemaal, maar nergens ontstaat er een echte brand. Of dat erg is, ligt helemaal aan waarnaar je op zoek bent. Ook na deze krappe 128 pagina’s blijft duidelijk dat Pleysier een zeer vaardig auteur is.

Details Fictie
Auteur: Leo Pleysier
Uitgeverij: De Bezige Bij
Jaar:
2014
Aantal pagina's:
128