Rien Vroegindeweij, Later wordt alles echter

Uitschieters

De bundel 'Later wordt alles echter' van de Rotterdamse dichter Rien Vroegindeweij (1944) bevat een overzicht van 36 jaar dichtwerk. Er is een keuze gemaakt uit zijn eerder in druk verschenen poëzie; ook zijn een aantal nieuwe gedichten opgenomen. Het geeft een mooi overzicht van het werk van een dichter die graag bij de gewone wereld blijft.

De rode draad die we soms in een bundel vinden, kan houvast bieden aan onszelf als lezer. In dit geval is onze rode draad echter ingegeven door ons leeswerk zelf en minder door wat er staat. De rode draad in deze bundel was voor ons het feit dat de gedichten nogal verschillen qua kwaliteit. Geregeld noteerden we op ons notitieblokje twee naast elkaar staande gedichten, waarbij we de één samenvatten als 'flauw', de ander als 'sterk', of ook 'mooi' en 'jammer'. En hoezeer we ook geloven in de bedoelingen van de auteur - dat die doorgaans onze interpretatie overtreffen -, in dit geval denken we niet dat Vroegindeweij het expres zo heeft afgeleverd.

Wat opvalt aan vooral de vroegere gedichten, is dat ze ons vaak het akelige gevoel geven een geval van dwangrijm te zijn. Wat op ons notitieblokje voor tenenkrommend doorging, bijvoorbeeld, is het gedicht 'Wochenend' in Berlin':

'Op de terrassen van de Kurfürstendamm / vermalen grijze dames puinhopen taarten, // alsof zij ooit grijs van de honger zagen, / en rinkelen met hun Jugendstilgebitten in de / thee. // Mannen van verdacht hoge leeftijd / zwaaien met verschoten vlaggen over de Allee. // Und frisch weht der Wind aus Wannsee.'

Nog afgezien van onze indruk dat de sfeer- en gebeurtenisbepaling vrij onbestemd blijft, op een aantal prachtige details zoals de Jugendstilgebitten na, vragen we ons af of thee - Allee - Wannsee inderdaad zo bedoeld was. Wás het zo bedoeld, dan is het rijm inderdaad tenenkrommend. Was het níét zo bedoeld, dan is het dat nog steeds, en mag je de dichter misschien verwijten dat hij iets wat totaal onnodig en zelfs schadelijk is voor zijn gedicht, zó negatieve invloed laat uitoefenen.

Het fascinerende aan de bundel is dat er vervolgens een aantal zeer mooie gedichten tegenover de wankele staan. Het direct erop volgende, bijvoorbeeld, 'Blues voor een Turks café', is er zo één: 'In het diorama / van de winteravond / glinsteren de koepels / van Constantinopel / onder de kleine lichtbak / van café Kader / op de Schietbaanlaan. // Binnen op de bar / tikken de stenen van / het triktrak der / herinneringen. Onder / het portret van Atatürk / drinken twee sombere / muzelmannen thee. // Koperen schalen / drijven op een zee van / plastic tafelkleden. / In een hoek roept / de jukebox Allah / aan, over de verlaten / Schietbaanlaan.'

Even voorbijgaand aan de opvallende overeenkomst in thematiek, vinden we dit een erg mooi gedicht. Hier is het beeld compleet, van twee sombere muzelmannen die hun spel spelen, in een wat schrale, troosteloze omgeving, maar wel met een aantal tastbare herinneringen zoals het portret en wat er schalt uit de jukebox, nog afgezien van de herinneringen die ze zelf oproepen middels hun spel. Ook hier gebeurt niet veel, maar dit lijkt zichzelf wél te overstijgen en dit gedicht heeft geen last van dwangrijm.

Vroegindeweij beperkt zich veelal tot zo'n herkenbare contexten in redelijk dagdagelijkse bewoordingen. Zijn gedichten over een begrafenis en een dementerende moeder behoren tot de meest kippenvelwaardige gedichten, juist omdat ze zo dicht op het leven zelf staan. De keerzijde is dat het niet veel beelden gegeven is om meerduidig te zijn, en in weinig woorden een complete sfeer neer te zetten.

Naarmate we vorderden in de bundel, viel het ons op steeds meer gedichten te appreciëren. Komt dat omdat we gewend zijn geraakt aan de manier van uitdrukken van de dichter? Mogelijk wel. Een andere verklaring is dat zijn latere, en dus recentere dichtwerk ons meer kan bekoren. Hier spreekt een dichter die het niet meer moet hebben van flauwe woordgrapjes ('T gaat met O en F met U naar bed. / Zeg, hoe vind je die tofu smaken?' spant wel de kroon), maar die inhoudelijk steeds sterker wordt. Omwille van de contrasten, de prachtige uitschieters en deze aanwijzing voor dichterlijke groei kan de bundel bekoren.

Details Poëzie
Auteur: Rien Vroegindeweij
Uitgever: Nieuw Amsterdam
Jaar:
2009
Aantal pagina's:
221