Kristof Spaey, 'A fake vintage book covers publication 4: tipsy'

Een gelukkig weerzien

Er was een tijd dat we genoeg hadden van de Spaey-vrouw, dat het allemaal wat te veel werd. Die tijd ligt niet eens zo ver achter ons: een jaartje schatten we, toen ‘Tickle me Silly’ verscheen, het derde deel van Kristof Spaeys neverending ‘Fake vintage book covers’-project.

Voor wie het niet weet, de ‘Fake book covers’-collectie is een bibliotheek van fictieve pulpromannetjes in de stijl van de jaren zestig en zeventig waarvoor Spaey de boekcovers ontwerpt. Deze covers zijn verzameld in deze reeks.

Op elke boekomslag staat een mooie jonge dame in weinig verhullende, of volledig afwezige, kledij. Mooi, dachten we. Wie houdt er niet van stijlvol getekende, sensuele, zwoel kijkende dames? Wij alleszins wel, waardoor we deel één de volle vier sterren gaven.

Deel twee was, zo vonden we, meer van hetzelfde. Als datzelfde getuigt van evenveel kwaliteit, dan mogen we niet klagen, wat we ook niet deden.

Tot deel drie verscheen, plots hadden we het gezien. De dames waren even mooi, de tekeningen zelfs nog indrukwekkender, maar de gimmick werd oud. Nog altijd bedacht Spaey grappige titels voor de onbestaande boeken, nog altijd deden ze ons lachen, maar het bleek niet meer voldoende. We wilden meer.

Dan verscheen deel vier. Hoewel Spaey nog altijd doet wat hij voordien al deed, is er iets veranderd. Plots zijn we weer mee. Waarom is niet geheel duidelijk. Misschien omdat Spaeys tekeningen ons opnieuw omverblazen. Oké, op het eerste zicht lijken ze op wat je voordien zag, maar toch merken we een evolutie.

Niet zozeer in de dames zelf, maar wel in wat ze aanhebben. Of meer nog, in het motief van de stof van hetgeen ze aanhebben. De streepjes van de zeer los hangende pyjama, het bloemenmotief van de jurk van het meisje op de cover… Wat ziet dat er prachtig uit. Uitermate realistisch, alsof ze er in gephotoshopt werden. Hoe zalig is het contrast met de meisjes en hun duidelijjk gestileerde vormen. Het genie zit hem in de details en in de details blinkt Spaey uit.

De meisjes zelf dan. In deze #metoo-tijden is het niet eenvoudig om weg te komen met een collectie halfnaakte dames. Zeker niet als ze hun oorsprong vinden in de niet echt vrouwvriendelijke jaren zestig, maar ook hier overtuigt Spaey. Dit zijn geen collectie objectiverende, male-gaze-prenten. Dit is beter.

We vermoeden dat dit komt omdat de modellen, de vrouwen dus, herkenbaar zijn. Niet alleen buurmeisje-herkenbaar, maar ook simpelweg, euh, herkenbaar. Omdat Spaey slechts een vijftal dames op papier zet, zie je na enkele honderden covers wie wie is. De vrouwen beginnen te leven, worden meer dan enkel borsten en billen. Ze krijgen een subtiele persoonlijkheid, die verder gaat dan de rosse, de blonde, de zwarte… Niet enkel hoe ze er uitzien is typisch, ook hoe ze staan, welke houding ze aannemen, is persoonlijk. Dit zijn geen tekeningen van een stiekem tekenende, wellustige tekenaar. Dit is net zozeer het werk van de tekenaar als van het model.

Of het perfect is? Goh, nee. Dat het zwarte meisje – zwart van huidskleur – iets te vaak in een blaxploitationcontext gezet werd, leek ons te voor de hand liggend. Misschien zelfs ietwat fout, het is niet enkel de #metoo-beweging die je op het gevaar van de stereotypes wijst...

Niettemin moeten we toegeven: we houden weer van de Spaey-vrouw. Ze is terug, ze is mysterieus, ze kijkt je aan en wij kijken met plezier terug.