Koenraad Goudeseune, Dichters na mij

Waaier aan mogelijkheden

Met de publicatie van zowel dichtbundels, romans als brievenboeken profileerde Gentenaar Koenraad Goudeseune zich de laatste jaren als een schrijver die zich niet voor een gat laat vangen. Na talloze bijbaantjes te hebben genomen omdat hij er niet in slaagde te schrijven om den brode, werkt hij nu als taxichauffeur. Dat hij tussendoor bijzonder actief blijft, mag blijken uit het feit dat er na zijn vorige publicatie 'Wat duurt op drift zijn lang' nu al een nieuwe dichtbundel is.

Die luistert naar de titel 'Dichters na mij' en wordt eigenlijk niet gekenmerkt door een constante thematische lijn. Wel zijn Goudeseunes typische gevoel voor melancholie en humor terug rijkelijk aanwezig, en ze komen in verschillende gedichten opmerkelijk naar boven drijven. 'Dichters na mij' is daarom vooral een bundel met een bijzondere diversiteit, waarin de dichter zijn uitgebreide stilistische mogelijkheden etaleert.

Problematisch is dat lang niet alle gedichten even kwalitatief hoogstaand zijn. Zowel 'Taxi' ('Ik bracht een oude man naar het kerkhof / Hij had bloemen bij zich. / 'Jij wacht hier', zei hij aan het hek. / De meter liep.') als 'Senyru' zijn bijvoorbeeld nietszeggend en vormen een kink in de kabel voor wat de continuïteit van de bundel betreft. De kortere gedichten zijn over het algemeen de minst tot de verbeelding sprekende. Zo zijn met 'Afspraakje' en 'Gesprek' nog twee minder interessante gedichten in de bundel opgenomen.

Goudeseunes humor, die etherische zaken zo dikwijls naar een werelds plan haalt, vormt gelukkig een krachtig bindmiddel, maar is niet altijd in die mate verfrissend dat ze alle schrijverskwalen kan opvangen. Beeldrijk is Goudeseunes poëzie zeker, maar de soms opzettelijke verwikkeling van ideeën maakt het voor de lezer soms te lastig om nog klaar te zien. Dan hebben we het niet zozeer over de afzonderlijke gedichten, als wel over de optelsom van het geheel, waarvan het moeilijk inschatten is welke kant Goudeseune ermee uit wou. Onderwijl krijgt het Gentse PoëzieCentrum wat vogeldrek te verduren en schrijft de dichter een grappige tekst over zijn bedprestaties, maar essenties zijn er weinig te vinden.

Anderzijds gaat Goudeseune zelden alleen voor het effect. Zijn gedichten zijn meerlagig, waarvan de mooiste diegene zijn waarbij de provocatie stilistisch of inhoudelijk achterwege blijft. ‘Ik ben aan een gedicht bezit' en ‘Voorhoutkaai' zijn twee schitterende liefdesbelijdenissen. ‘De Morgen' en ‘Bekentenis' zijn van de eerder eenvoudige soort, waarin Goudeseune rechtstreeks voor de glimlach gaat. ‘Gedicht' heeft dan weer zes gebiedende regels te bieden, terwijl de statige opener ‘Dichters na mij' of het prachtige ‘Mes' zachtere mijmeringen zijn. ‘De definitie van poëzie' is dan weer een warmbloedige denkoefening, waarbij Goudeseune met een voor hem heel kenmerkende directheid bouwvakkers dichters noemt en mooie vrouwen gedichten.

‘Dichters na mij' bevat kortom een heel scala aan stijlen, technieken en emoties, met helaas te weinig bindmiddel tussen de afzonderlijke teksten. Ook heeft Uitgeverij Atlas te weinig mindere stukken geweerd, zodanig dat er naast enkele sublieme gedichten ook een aantal overbodige zijn blijven hangen. De algemene teneur is zeker positief, maar de mindere stukken gooien toch wat roet in het eten.

 

Details Poëzie
Auteur: Koenraad Goudeseune
Copyright afbeeldingen: Atlas
Uitgever: Atlas
Jaar:
2011
Aantal pagina's:
66