Serge Van Duinhoven, Klipdrift

Ritmische woorden

In de kafkaëske wereld betekent ‘klipdrift’ de instinctieve impuls op de grens van levensdrift en doodsdrift. Bij Freud is het de paringsdans van Eros en Thanatos en in Zuid-Afrika een prikkelend drankje van wodka-cola. In de literaire wereld is ‘Klipdrift’ echter het derde poëziealbum van Serge Van Duinhoven (1970) en Fred de Backer (Dj Fred dB, 1967).

De bundel heeft een opvallende vormgeving doordat er een cd in het voorblad verwerkt is. Van Duinhoven schreef de gedichten, de Backer de muziek. De gedichten kunt u lezen, of, althans een aantal van hen, op cd afspelen, begeleid met soundscapes en dies meer. Het is trouwens dit Nederlandse duo dat schuilt achter het collectief Dichters Dansen Niet.

‘Klipdrift’ bevat zesentwintig gedichten die thema’s als het zelf en het leven aansnijden. Ondanks de zwaarte die daarvan lijkt uit te gaan, zijn ze niet grotesk. In het gros van de gedichten is een ik-figuur aan het woord die onder meer de geur van vrouwen in nylon bezingt in ‘Der Duft der Frauen in Nylon’, treurt om een verloren liefde in ‘Het gebed van de oostenwind’, reflecteert over zichzelf in ‘Zelfportret zonder ik’,... Er gaat een nostalgische toon uit van vele gedichten, zoals in ‘Geen mors’: ‘Denkt u nog vaak aan uw kindertijd?’ / ‘Niet zo vaak als vroeger...’ / wij sterven traag om langer saam te schijnen’. De zwarte poel der melancholie is ook steevast nabij. Zo spreekt een ouderfiguur zijn kind toe in ‘Pleidooi voor mooiweerverlet’: ‘zoek mooie nachten, kind / bij mooie dagen’.

De poëzie van Van Duinhoven bevindt zich in een wereld waarin ‘God ook maar een demon is die niet bestaat’. Van Duinhoven reflecteert over de moeizame relatie tussen het ik en het zelf. Als het al zo moeilijk is om met jezelf om te gaan, hoe gecompliceerd is de relatie met de ander dan wel niet? Zelfs als alles vervuld lijkt te zijn, blijft er een gevoel van onbehagen. Verwacht geen verbloemende gedichten, maar poëzie die ook tristesse, falen, impasses en zinloosheid omvat. Een werkelijkheidservaring die nuchter is en niet wil verhullen dat het leven ook simpelweg kut kan zijn.

Sommige gedichten komen minder goed over. In het gelijknamige ‘Klipdrift’ wordt een persoon in het midden van zijn leven op zo een uitgesproken manier toegesproken dat alle zin voor interpretatie wordt weggenomen. Ook zwaarwichtige titels zoals ‘Loop ik langsheen het leven’ en ‘Uit het kromme leven (een rechte leer)’ mochten meer aan de verbeelding overlaten. ‘Schelddicht’ is ook wat te gemakkelijk met verzen als ‘ge zijt een zak / ge schijt in as / ge pijpt de lul / ge schijnt een wrak’. Maar ‘Jungske’, waarin een vader zijn zoon toespreekt over de valkuilen van de liefde, is ontroerend. Het was trouwens dit gedicht dat de aanhef was voor de prozabundel ‘De zomer die nog komen moest’ van Van Duinhoven. ‘Uit het kromme leven (een rechte leer)’ gaat eveneens recht naar het hart: ‘en dat hart waar ze zo graag / haar tand in zet, is dat um sonnst / of omdat zij het zelf ontbeert?’

Vormelijk gezien is de poëzie van Van Duinhoven niet echt vernieuwend. Er zit geen eenduidigheid in de structuur, maar een aantal van de gedichten zijn erg ritmisch opgebouwd. Er komt soms rijm voor, maar nooit nadrukkelijk of storend, en ook met hoofdletters en interpunctie wordt spaarzaam omgegaan.

Algemeen beschouwd bevat de bundel een rijke beeldspraak die nooit doorwrocht wordt. Ondanks grote thema’s zijn de gedichten veeleer ontnuchterend en niet hoogdravend. En samen met de muziek van DJ Fred dB zorgt Van Duinhoven voor de rock-’n-roll die bij nuchtere Vlaamse dichters wel eens ontbreekt.

Details Poëzie
Auteur: Serge Van Duinhoven, Fred de Backer
Copyright afbeeldingen: Nieuw Amsterdam
Uitgever: Nieuw Amsterdam
Jaar:
2007
Aantal pagina's:
63