Kira Wuck, 'Finse meisjes'

Regels gepend met de zwier van een jonkvrouw?

Jong en in de ban van poëzie: is dat nog een verschijnsel van deze tijd? Qua broodwinning zijn er betere alternatieven te bedenken dan dichteres worden, maar dat heeft Kira Wuck er niet van weerhouden een debuut uit te brengen bij Uitgeverij Podium. Ze won dit jaar het Poetryslam Kampioenschap in Nederland en zou inderdaad een sympathieke, intelligente liveverschijning zijn. Wanneer haar gedichten voor zich moeten spreken, blijkt echter dat de in 1978 geboren half Finse, half Indonesische en in Nederland grootgebrachte Wuck (nog) niet helemaal kan overtuigen. Daarvoor blijft haar bundel ‘Finse meisjes’ te veel hangen in een weliswaar sympathieke en luchtige sfeer, die helaas zelden diep in de huid priemt.

De tijden dat poëzie een hermetisch genre was waar alleen hooggeschoolden toegang toe hadden, is definitief voorbij. Een evenement zoals het Poetry Slam Kampioenschap bewijst dat ook een jong, nieuwsgierig publiek geen angst moet voelen voor suggestief vormgegeven ideeën en sferen. Wucks gedichten situeren zich in een sfeer van voor iedereen herkenbare situaties, waarbij korte teksten met een kwinkslag afgewisseld worden met meer bespiegelende creaties waarin de auteur haar eigen gevoelswereld omfloerst blootgeeft. De schranderheid waarmee ze dat doet, maakt van verschillende gedichten in ‘Finse meisjes’ vondsten om een strik omheen te knopen en ergens ver weg in een lade te bewaren. Het gevaar bestaat echter dat het huiselijke, knusse en meisjesachtige gevoel doorheen de bundel een cliché wordt, en dat is hier toch enigszins het geval. Wuck speelt frequent op de lach, of ze maakt inhoudelijke buitelingen die haar woordkramerij een geforceerd poëtische tint geven omdat ze wat stuurloos als mooie plaatjes aan elkaar lijken te kleven.

De bundel bestaat uit vier reeksen. ‘Familie’ omvat zeven observaties van de huiselijke kring, waarbij Wuck er wonderwel in slaagt om de lach op de traan te laten aansluiten. De toon is over het algemeen tragikomisch (‘Mijn ouders zijn goed in ontvreemden’ of ‘Uitzicht’), waarbij het evenwicht mooi verdeeld blijft tussen beide polariteiten. In ‘Wasdagen’ heeft de dichteres het vervolgens over een getroebleerde relatie. Hoewel eenieder zich kan spiegelen in wat de auteur ervaart, voelt of oproept, blijven de scènes amper hangen. Eenzelfde gevoel van onvermogen en tragische zelfreflectie ligt besloten in ‘Overblijvers’: een reeks initieel fascinerende gedichten, wier magie niet keer op keer werkt. ‘Finse meisjes’ is tot slot een heterogene reeks waarnemingen die Wuck met fluwelen hand over de bladzijden heen heeft gedrapeerd.

Met ‘Finse meisjes’ nog op schoot stelt zich meteen na het omslaan van de laatste bladzijde de vraag wat poëzie eigenlijk moet zijn. Het antwoord is: niets. Er bestaat geen criterium om het genre te definiëren, precies omdat er geen regels zijn en ze zich in de schemerzone beweegt tussen wat wel en wat niet expliciet wordt benoemd. Kira Wuck speelt in ‘Finse meisjes’ openlijk een spel met taal en met de lezer, die mag graaien en graven naar betekenis. Dit debuut geeft zich niet bloot als een bundel waarin laag na laag na laag zich openbaart. De frêle gestalte die Wuck niet ophoudt te zijn, is kortom de enige gestalte die je in ‘Finse meisjes’ kan ontdekken. Wie per se meer verwacht van poëzie, zou hier om die reden ferm ontgoocheld kunnen zijn.

Details Poëzie
Regels gepend met de zwier van een jonkvrouw?
Uitgeverij: Uitgeverij Podium
Jaar:
2012
Aantal pagina's:
54